Mededinging

Mr A.F. Greving

Hoge Raad Den Haag

Concurrentiebeding, prijsbinding, mededinging

Mr D.L. van Dam

Franchise-Frühstück Consultants House GmbH

Tönisvorst (Krefeld)

Op 20 februari 2011 nam mr. D.L. van Dam op uitnodiging deel aan een “Franchise Frühstück”, georganiseerd door Consultants House GmbH, de heer Jörg Eckhold, één van de meest vooraanstaande franchiseconsulenten in Duitsland. Aan de orde was grensoverschrijdende franchising, in het bijzonder vanuit Duitsland naar Nederland. Aanwezig waren diverse Duitse franchisegevers. De onderwerpen waren onder meer:

Mr J. Sterk

Hoge Raad

Franchiserecht, franchisecontract, franchisenemer, mededinging  

Mr J. Sterk - Franchise advocaat

Het post contractueel non-concurrentiebeding in de franchiseovereenkomst is wellicht het meest bediscussieerde beding in franchiseland. Dat houdt mede verband met het spanningsveld van de schaarste aan goede vestigingspunten enerzijds en het streven naar maximaal rendement van de franchisenemers anderzijds. Het concurrentiebeding geeft daarom ook niet zelden aanleiding tot conflicten na afloop van de franchiseovereenkomst. Recentelijk oordeelde de rechtbank nog dat een franchisenemer die dat beding overtrad op verbeurte van een dwangsom zijn winkel moest sluiten.

Mr Th.R. Ludwig - Franchise advocaat

Onlangs zijn enkele opmerkelijke uitspraken gedaan op het gebied van franchising en mededingingsrecht, onder meer met betrekking tot het mededingingsrechtelijke stelsel waaronder de diverse franchise-organisaties vallen.

Indien franchise-organisaties gebruik wensen te maken van de voordelen die de zogeheten Europese Groepsvrijstellingsverordening inzake verticale overeenkomsten, waar franchising onder valt, biedt, dient hun marktaandeel niet groter dan 30% te zijn.

Mr D.L. van Dam - Franchise advocaat

De president van de rechtbank Arnhem heeft zich in kort geding zeer recent weer eens gebogen over enige mededingingsrechtelijke kwesties, waarbij onder andere aan de orde was of een exclusieve afname-overeenkomst rechtsgeldig gesloten was. De exclusieve afname-overeenkomst was aangegaan voor een periode van acht jaar, met de mogelijkheid van stilzwijgende verlenging. Daarmee voldeed de overeenkomst niet aan de huidige Groepsvrijstellingsverordening betreffende verticale overeenkomsten, nu deze aanmerkelijk langer duurde dan vijf jaar.

Inhoud syndiceren