Wet franchise
De Wet franchise heeft sinds de invoering op 1 januari 2021 een duidelijke juridisch kader aangebracht in de verhouding tussen franchisegevers en franchisenemers in Nederland. Deze wet vormt sindsdien het wettelijke kader voor de franchiseovereenkomst en beoogt een evenwichtiger samenwerking tot stand te brengen, met name op het gebied van transparantie en instemmingsrechten. Ludwig & Van Dam Advocaten begeleidt zowel franchisegevers als franchisenemers in het correct toepassen van de wetgeving en het voorkomen van geschillen.
De wettelijke bepalingen van de Wet franchise zijn de volgende:
De belangrijkste officiële wetgevingspublicaties aangaande de Wet franchise zijn de volgende:
- Verslag over de resultaten van de consultatie
- Memorie van Toelichting (Kamertuk 35 0392, nr. 3)
- Advies Afdeling advisering Raad van State en Nader rapport (Kamerstuk 35 0392, nr. 4)
- Verslag van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat (Kamerstuk 35 0392, nr. 5)
- Nota naar aanleiding van het verslag (Kamerstuk 35 0392, nr. 6)
- Publicatie Wet franchise in het Staatsblad (Staatsblad 2020 251)
- Motie van het lid Aartsen
Juridische definities en reikwijdte van de Wet franchise
De Wet franchise, opgenomen in titel 16 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, omschrijft een franchiseovereenkomst als een overeenkomst waarbij de franchisegever aan de franchisenemer het recht verleent om een formule toe te passen, tegen vergoeding en onder gebruikmaking van intellectuele eigendomsrechten, zoals handelsnamen of merken. Deze formule moet zich reeds in de praktijk bewezen hebben.
De Wet franchise is van dwingendrechtelijke aard op een aantal essentiële punten, zoals het instemmingsrecht bij eenzijdige wijzigingen en het recht op informatievoorziening voorafgaand aan de contractsluiting en het hanteren van een standstill-periode.,Dit betekent dat partijen hier niet van mogen afwijken
Praktische toepassing in de franchisewereld
Sinds de inwerkingtreding van de Wet franchise zien wij in de praktijk dat franchisenemers beter geïnformeerd aan tafel verschijnen en dat franchisegevers hun verplichtingen professioneler en gestructureerder naleven. Toch ontstaan er nog regelmatig conflicten over de naleving van de informatieverplichting of het instemmingsrecht. Jurisprudentie toont dat rechtbanken de bepalingen uit de Wet franchise serieus toetsen en in toenemende mate franchisenemers in bescherming nemen bij een gebrekkige naleving.
De Wet franchise verplicht franchisegevers onder meer tot het verstrekken van een zogeheten precontractueel informatiedocument (PID). Hierin dienen zij essentiële gegevens op te nemen, zoals de inhoud van de franchiseformule, investeringsverplichtingen en financiële gegevens omtrent de beoogde locatie. Het doel is dat franchisenemers een betere en weloverwogen beslissing kunnen nemen door ten minste vier weken de tijd krijgen om deze informatie te bestuderen en advies in te winnen voordat zij tot ondertekening overgaan.