Het recht op de formulenaam bij beëindiging van de franchiserelatie
In de praktijk doen zich met enige regelmaat discussies voor bij beëindiging van de franchiserelatie tussen een franchisegever en één of meerdere franchisenemers omtrent de vraag of en in hoeverre de vertrekkende franchisenemer(s) gerechtigd is/zijn tot het voortgaand gebruik van de formulenaam. Met name doet deze discussie zich voor in het geval een collectief van franchisenemers afscheid neemt van de franchisegever en in het bijzonder wanneer het in een dergelijk geval alle franchisenemers van de organisatie betreft. De redenering is dan dikwijls dat het de franchisenemers zijn die de naam hebben gemaakt tot wat deze is. Als het vertrek van de franchisenemers dan ook nog eens zijn oorsprong vindt in (beweerdelijke) toerekenbare tekortkomingen van de zijde van de franchisegever, dan vat het idee post dat, zeker tegen die achtergrond, de franchisenemers het recht hebben om de naam te blijven gebruiken.
Natuurlijk komt het voor dat vertrekkende franchisenemers een nieuwe organisatie opzetten onder de naam van de franchisegever die zij zojuist hebben verlaten. Daar dienen dan echter wel dienovereenkomstige afspraken aan ten grondslag te liggen. Zijn die er niet, dan is het de franchisegever die rechthebbende is en blijft op de formulenaam. Veelal bevat de franchise-overeenkomst bovendien een bepaling van die strekking. Daaraan doet niet af het gegeven dat de betrokken franchisegever de franchise-overeenkomst niet adequaat nakwam of in zijn algemeenheid, in de visie van de franchisenemers, niet als goed franchisegever functioneerde. Een nuance in dit verband kan zijn dat, in een concreet geval, de franchisegever niet adequaat heeft zorggedragen voor de merkenrechtelijke bescherming van de naam. Is dat het geval, dan zou er een situatie kunnen ontstaan waarbij de franchisenemers de naam als merk laten registeren bij het Benelux Merkenregister. In de praktijk zal zich een dergelijke situatie echter niet snel voordoen, nu een goed franchisegever vanzelfsprekend zorgdraagt voor een adequate bescherming van zijn formulenaam en, zoals gesteld, het in de franchise-overeenkomst bepaalde aan een dergelijke gang van zaken in de weg staat.
Concluderend:
Vertrek uit de organisatie betekent derhalve in vrijwel alle gevallen het prijsgeven van de formulenaam.
Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten
Wijzigen reglement en samenwerkingsvoorwaarden franchiseraad
De meeste franchiseorganisaties kennen een franchiseraad.
Opzegging van een dealerovereenkomst in relatie tot prijsbinding
Het Gerechtshof te Arnhem heeft eind 2007 een interessante uitspaak gedaan die betrekking
De zorgplicht van de franchisegever in extreme tijden
De huidige kredietcrisis slaat als een uitslaande brand om zich heen en kent reeds vele slachtoffers
Mededinging: de ‘ver van mijn bed-show’…?
Als het adagium ‘onbekend maakt ongeliefd’ ergens voor geldt, dan is dat voor een onderwerp als het mededingingsrecht
Ondernemer en schuldsanering
In de praktijk komt het voor dat franchisenemers, en soms ook franchisegevers door of vanwege de crisis
Verhaalbaarheid in crisistijd
Een wederkerend thema in deze bijdrage aan de First Franchise Nieuwsbrief is de betalingsdiscipline