De franchiseovereenkomst en de huurovereenkomst, een gewenst koppel?
Bij samenloop van een franchiseovereenkomst en een huurovereenkomst spreekt men ook wel van een gemengde huurovereenkomst. Bij deze gemengde huurovereenkomst prevaleert de dwingendrechtelijke huurbescherming. De samenloop van een huurovereenkomst en een franchiseovereenkomst vormt een lastig probleem. Met name de vraag of beëindiging van de franchiseovereenkomst ook beëindiging van de huurovereenkomst met zich meebrengt heeft zowel in de literatuur als in de rechtspraak niet geleid tot duidelijke regels. Desondanks blijft het gewenst en zinvol om een koppeling te vragen van deze overeenkomsten.
Voor de franchisegever / verhuurder is het in de praktijk van belang te bewerkstelligen dat indien de franchiseovereenkomst tot een einde komt, daarmee tevens de huurovereenkomst wordt beëindigd en wel met ingang van dezelfde datum. De situatie waarbij de franchiseovereenkomst tot een einde komt, maar de franchisenemer / huurder op basis van een doorlopende huurovereenkomst in het gehuurde blijft gehuisvest, is voor de franchisegever/verhuurder een doorn in het oog. Indien de looptijden van beide overeenkomsten en de opzeggingstermijnen gelijk lopen (bijvoorbeeld 5 + 5 jaar respectievelijk 1 jaar), en de beëindiginggrondslag in de beide overeenkomsten overeenstemmen, is er in beginsel geen risico van een doorlopende huurovereenkomst vanaf het moment dat de franchiseovereenkomst tot een einde komt. Voor zover de franchisegever/verhuurder en de franchisenemer/huurder gegronde redenen hebben af te wijken van de semi dwingendrechtelijke voorschriften van het huurrecht, kunnen deze op de voet van artikel 7:291 lid 2 BW ten behoeve van de afwijkende bedingen goedkeuring verzoeken aan de rechter.
Strikt genomen verbiedt de wet niet dat goedkeuring wordt verzocht nádat de huurovereenkomst is aangegaan, doch het verzoeken van goedkeuring na ommekomst van een bepaalde periode van enkele jaren na aanvang van de huur, zal mislukken. Zo is reeds een aantal keren bevestigd in de jurisprudentie.
Vanuit het belang van de rechtszekerheid van de franchisenemer/huurder verdient het de voorkeur dat vooraf en bij voorkeur reeds in de onderhandelingsfase door de franchisegever/ verhuurder en franchisenemer/huurder goedkeuring voor één of meerdere afwijkende bedingen wordt verzocht en bij voorkeur gezamenlijk. Immers, pas na de door de rechter verleende goedkeuring zijn de van het semi-dwingendrecht afwijkende bedingen niet meer vernietigbaar.
Goedkeuring voor een afwijkend beding kan slechts worden verzocht en gekregen voor één of meerdere specifieke bedingen en niet voor de gehele huurovereenkomst. De kantonrechter is namelijk niet bevoegd goedkeuring te verlenen aan de gehele overeenkomst, aangezien de wet de bevoegdheid tot goedkeuring heeft tot de afwijkende bedingen. Zo is ook bevestigd in een uitspraak van de kantonrechter Eindhoven van 20 april 1983, Prg 1983, 1973
Het verdient de voorkeur om gezamenlijk een verzoek in te dienen. Niet alleen omdat partijen toch al overeenstemming hebben bereikt maar ook omdat dit bespoedigend werkt.
Maar al te vaak komen wij huurovereenkomsten tegen waarin wel is opgenomen dat partijen de rechter zullen verzoeken goedkeuring te verlenen aan de afwijkende bedingen, maar dat dit verzoek nooit heeft plaatsgevonden. Het gevolg hiervan is dat de afwijkende bedingen, die niet zijn goedgekeurd vernietigbaar zijn. Dit kan dus voorkomen worden door vóóraf, als beide partijen nog alert zijn, al een verzoek in te dienen.
Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten
Nieuwe beleidsregels beoordeling (fictieve) dienstbetrekking franchising
Onlangs is er van de zijde van de staatssecretaris van financiën nadere duidelijkheid geschapen omtrent de beoordelingscriteria inzake de zelfstandigheid van de franchisenemer.
Rayonbescherming: een nuance.
In de meeste franchise-overeenkomsten is een exclusief gebied opgenomen ten behoeve van de franchisenemer. De kern van die exclusiviteit is dat noch de franchisegever noch collega-franchisenemers
Rayonbescherming II: inperking van het exclusieve gebied.
In vervolg op de bijdrage in de vorige Nieuwsbrief wordt deze keer ingegaan op de (mogelijkheden van) inperking van het exclusieve franchisegebied. In de meeste franchise-overeenkomsten
Horeca-overeenkomsten
Onlangs heeft de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) een besluit genomen ten aanzien van de door Heineken ter ontheffing voorgelegde bierleveringsovereenkomsten.
Ongeoorloofde geschillenregelingen binnen franchise-organisaties
Franchise-overeenkomsten bevatten een enkele keer geschillenregelingen die bevoegdheden toekennen aan de franchisenemer(s), de franchiseraad en/of een franchisevereniging.
Het recht op de formulenaam bij beëindiging van de franchiserelatie
In de praktijk doen zich met enige regelmaat discussies voor bij beëindiging van de franchiserelatie tussen een franchisegever en één of meerdere franchisenemers