Franchisenemer doet succesvol beroep op dwaling naar aanleiding van verstrekte prognose door de franchisegever
Rechtbank Utrecht
De rechtbank te Utrecht heeft laatst een tussenvonnis geveld in een prognose zaak (waarbij door de franchisegever een onjuist gebleken financiële raming voor de komende jaren aan de franchisenemer was verstrekt), waarbij het met name draaide om een adviesbureau dat door de franchisegever was ingeschakeld om een vestigingsplaatsonderzoek te doen naar een nieuw te openen ‘Read Shop’ in Smilde. Mede op grond van het vestigingsplaatsonderzoek heeft een (potentiële) franchisenemer besloten om te contracteren met de franchisegever.
Achteraf is gebleken dat er in het rapport van het adviesbureau fouten zaten, dan wel onvolledigheden, waardoor de uitkomst van het vestigingsplaatsonderzoek niet deugdelijk was. De exploitatieprognose, die gebaseerd was op dit onderzoek, zou daarmee ook ondeugdelijk zijn. Zou de franchisenemer dat hebben geweten, dan zou hij de franchiseovereenkomst niet, dan wel niet onder dezelfde voorwaarden, met de franchisegever hebben gesloten.
Hoewel er van de zijde van de franchisegever een beroep wordt gedaan op een vervaltermijn van drie maanden waarin geageerd moet worden tegen onjuiste informatie van de zijde van de franchisegever, zoals het vestigingsplaatsonderzoek en de prognose, wordt dit verweer gepasseerd door de rechter.
De rechtbank accepteert dat de franchisenemer heeft kunnen dwalen over het onjuiste vestigingsplaatsonderzoek en de onjuiste exploitatieprognose, maar de rechtbank wil nog wel nader gespecificeerd zien wat het bedrijfsresultaat zou kunnen zijn als het adviesbureau haar werk wel goed had gedaan. Dit – uiteraard – om de causaliteit aan te tonen.
Opmerkelijk genoeg stelt de rechtbank dat de franchisegever niet zonder meer aansprakelijk is voor de fouten van het adviesbureau, omdat de franchisegever niet behoefde te twijfelen aan de juistheid van het onderzoek. Omdat de franchisegever dus niet wist van de fouten, zou zij ook niet aansprakelijk zijn voor die fouten in de visie van de rechtbank. Hoewel het verdedigbaar is dat er ten aanzien van de toerekenbaarheid geen schuld aan te wijzen is, omdat de franchisegever niet op de hoogte was van de fouten, zou wel betoogd kunnen worden dat toerekenbaarheid voor de franchisegever in dergelijke zaken ook kan bestaan op grond van in het verkeer geldende opvattingen. De franchisegever kan immers geacht worden om volledige kennis van zaken te hebben terzake de franchiseformule en de potentiële franchisenemer mag dan ook afgaan op uitlatingen van de franchisegever, dan wel door haar ingeschakelde adviesbureaus. Zou dit anders zijn, dan kan de franchisegever, door het inschakelen van adviesbureau, vrij gemakkelijk de dans ontspringen in het geval van fouten in de rapportage en kan de franchisenemer (kennelijk) alleen het adviesbureau aanspreken op grond van een onrechtmatige daad. Dat lijkt niet redelijk, gezien de positie van de franchisenemer.
Mr J.H. Kolenbrander – Franchiseadvocaat
Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies Wilt u reageren? Mail naar info@ludwigvandam.nl

Andere berichten
De positie van franchisenemer met betrekking tot prognoses in de precontractuele fase
De rechtbank heeft enige tijd geleden geoordeeld dat aan een kandidaat-franchisenemer essentiële informatie in de precontractuele fase is onthouden.
Een terugkerend probleem bij de exploitatie: Niet behaalde prognoses
Een terugkerend probleem bij de exploitatie: Niet behaalde prognoses
Franchisenemer veroordeelt tot betaling boete na overtreding concurrentiebeding
Partijen zijn een franchiseovereenkomst aangegaan welke betrekking heeft op het begeleiden van echtscheidingen De franchiseovereenkomst wordt door de franchisenemer beëindigd.
Concurrentiebeding onredelijk bezwarend
Concurrentiebeding onredelijk bezwarend
Ludwig & Van Dam hoofdsponsor- partner Nationale Franchise Congres 4 oktober 2012
De wereld draait door. En het lijkt wel in een steeds rapper tempo. Honderd dertigduizend jaar duurde het voordat we rond 1750 de stoommachine uitvonden.
Het niet verstrekken van de aan de prognoses ten grondslag liggende gegevens rechtvaardigen ontbinding
Het niet verstrekken van aan de prognoses ten grondslag gelegde informatie kan