Is franchising wel altijd de juiste samenwerkingsvorm?
Franchising is in de meeste gevallen een wijze van samenwerking die alle daarbij betrokkenen veel voordeel kan brengen, de spreekwoordelijke “win win-situatie”. In elk winkelcentrum in Nederland is het bewijs van het succes van franchising in veelvoud te zien. In een relatief korte periode heeft het fenomeen franchising zich tot werkelijk alle geledingen van de samenleving uitgebreid.
Franchiseconcepten zijn er dan ook in een enorme verscheidenheid, van schoenmakers tot fast-foodrestaurants en van koeriersdiensten tot drogisterijen. De variatie in bedrijvigheid die zich leent voor franchising lijkt dan ook eindeloos. Toch zijn daar wel grenzen aan. De praktijk laat zien dat niet alle, soms met goede moed en goede bedoelingen gestarte, franchiseconcepten tot succes leiden. In zijn algemeenheid is het buitengewoon lastig aan te geven waar in dat kader de grens ligt. Een belangrijke vuistregel is wel dat, vanzelfsprekend wellicht, de franchisenemer met de door hem te exploiteren onderneming voldoende omzet kan genereren die, afgezet tegen zijn bedrijfskosten, een adequaat bedrijfsresultaat oplevert waarvan kan worden geleefd. Dat spreekt natuurlijk nogal vanzelf, maar in de praktijk komt het toch nog wel eens voor dat concepten in theorie weliswaar aan dat vereiste voldoen, doch in de praktijk lastig hanteerbaar blijken. Vanzelfsprekend kunnen concrete voorbeelden hier niet worden gegeven, doch waar sommige bedrijfsactiviteiten als (onderdeel van) een filiaalbedrijf, behorend bij een groter geheel, een adequate aanvulling kunnen zijn op het totaalpakket dat de betrokken onderneming aan de eindgebruiker biedt, kan diezelfde activiteit voor een franchisenemer eenvoudigweg te weinig economische bestaansbasis bieden. Teneinde deze problemen voor te zijn, verdient het dan ook altijd aanbeveling een of meer pilotvestigingen van het nieuw in de markt te zetten franchiseconcept te openen en die een ruime periode daadwerkelijk te exploiteren, zodat de (potentiële) franchisegever uit eigen ervaring weet of het concept geschikt is om als franchiseconcept te worden geëxploiteerd. Overigens geldt voor leden van de Nederlandse Franchise Vereniging dat die daartoe reeds uit hoofde van de Europese Erecode inzake Franchising verplicht zijn, waarin de wenselijkheid van een pilotvestiging met zoveel woorden is opgenomen.
In het verlengde van het bovenstaande ligt de ook in deze rubriek reeds diverse malen besproken prognoseproblematiek. Schetst een (potentiële) franchisegever een te rooskleurig
Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten
De positie van franchisenemer met betrekking tot prognoses in de precontractuele fase
De rechtbank heeft enige tijd geleden geoordeeld dat aan een kandidaat-franchisenemer essentiële informatie in de precontractuele fase is onthouden.
Een terugkerend probleem bij de exploitatie: Niet behaalde prognoses
Een terugkerend probleem bij de exploitatie: Niet behaalde prognoses
Franchisenemer veroordeelt tot betaling boete na overtreding concurrentiebeding
Partijen zijn een franchiseovereenkomst aangegaan welke betrekking heeft op het begeleiden van echtscheidingen De franchiseovereenkomst wordt door de franchisenemer beëindigd.
Concurrentiebeding onredelijk bezwarend
Concurrentiebeding onredelijk bezwarend
Ludwig & Van Dam hoofdsponsor- partner Nationale Franchise Congres 4 oktober 2012
De wereld draait door. En het lijkt wel in een steeds rapper tempo. Honderd dertigduizend jaar duurde het voordat we rond 1750 de stoommachine uitvonden.
Het niet verstrekken van de aan de prognoses ten grondslag liggende gegevens rechtvaardigen ontbinding
Het niet verstrekken van aan de prognoses ten grondslag gelegde informatie kan