Bestuurdersaansprakelijkheid bij afwikkeling franchiseovereenkomst
Kan in privé de bestuurder van een franchisenemer-rechtspersoon aansprakelijk zijn jegens de franchisegever, indien de franchisenemer-rechtspersoon ten onrechte zaken niet aan de franchisegever retourneert bij de afwikkeling van een franchiseovereenkomst? Het gerechtshof Amsterdam oordeelde over deze vraag in het arrest van 28 februari 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:650 (Market Food Group/franchisenemer).
De franchisegever van de Le Perron-formule en een ondernemer hadden het plan de franchiseformule ook in het Verenigd Koninkrijk uit te rollen. Daartoe heeft de ondernemer een tweetal Engelse limiteds opgericht, waarvan hij (middellijk) bestuurder is. De franchisegever heeft vervolgens een verkoopwagen ter beschikking gesteld aan de franchisenemer.
De franchisegever en franchisenemer spraken na enige tijd af het franchiseproject te beëindigen, maar omdat de franchisegever deze afspraak niet nakwam, vorderde de ondernemer schadevergoeding. De franchisegever voert verweer en stelt onder meer dat de ter beschikking gestelde verkoopwagen niet is geretourneerd aan de franchisegever, anders dan afgesproken. De bestuurder van de franchisenemer stelt de verkoopwagen ondergebracht te hebben bij een derde, maar dat inmiddels onbekend is waar de verkoopwagen is.
De franchisegever stelt dat de bestuurder van de franchisenemer in privé aansprakelijk voor het niet retourneren van de verkoopwagen. De franchisegever verwijt de bestuurder dat hij de verkoopwagen verplaatst heeft met het doel een retentierecht uit te oefenen en er daardoor sprake is van risicoaansprakelijk. Daarnaast wordt naar voren gebracht dat er een risicoaansprakelijkheid (ex artikel 6:171 BW) geldt voor de ingeschakelde derde ter bewaring van de verkoopwagen. De bestuurder van de franchisenemer zou dus in de visie van de franchisegever onzorgvuldig gehandeld hebben, juist nu de franchisenemer risicoaansprakelijk is.
Het gerechtshof oordeelt onder meer dat niet is gesteld of gebleken dat de bestuurder zelf weet waar de verkoopwagen is. Wel geeft het gerechtshof toe dat het handelen omtrent de verkoopwagen op zichzelf niet van veel zorgvuldigheid getuigt. Echter, voor het aannemen van bestuurdersaansprakelijkheid is dit echter niet voldoende. De slotsom dat de bestuurder in privé niet aansprakelijk is (naast de aansprakelijkheid van de franchisenemer) voor het niet retourneren van de verkoopwagen.
De gehanteerde maatstaf voor aansprakelijkheid duidt op een lagere zorgvuldigheidsmaatsaf voor de bestuurder, waartoe de risicoaansprakelijkheid van de franchisenemer-rechtspersoon van onvoldoende doorslaggevende betekenis is. Dit is in overeenstemming met de rechtspraak (HR 5 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2628), hetgeen ook geldt voor de tweedegraads-bestuurder (HR 17 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:275). De lagere zorgvuldigheidsnorm is gelegen in het maatschappelijk belang dat wordt voorkomen dat bestuurders hun handelen in onwenselijke mate door defensieve overwegingen laten bepalen.
Mr. A.W. Dolphijn – Franchiseadvocaat
Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies. Wilt u reageren? Ga naar dolphijn@ludwigvandam.nl.

Andere berichten
Opzegging van een dealerovereenkomst in relatie tot prijsbinding
Het Gerechtshof te Arnhem heeft eind 2007 een interessante uitspaak gedaan die betrekking
De zorgplicht van de franchisegever in extreme tijden
De huidige kredietcrisis slaat als een uitslaande brand om zich heen en kent reeds vele slachtoffers
Mededinging: de ‘ver van mijn bed-show’…?
Als het adagium ‘onbekend maakt ongeliefd’ ergens voor geldt, dan is dat voor een onderwerp als het mededingingsrecht
Ondernemer en schuldsanering
In de praktijk komt het voor dat franchisenemers, en soms ook franchisegevers door of vanwege de crisis
Verhaalbaarheid in crisistijd
Een wederkerend thema in deze bijdrage aan de First Franchise Nieuwsbrief is de betalingsdiscipline
Oplevering van het gehuurde bij het einde van de huurovereenkomst
Artikel 7:224 van het Burgerlijk Wetboek bepaald dat de huurder het gehuurde aan het einde van de huurovereenkomst