Matiging boete van franchiseovereenkomst bij supermarkt
De rechtbank Oost-Brabant oordeelde op 22 april 2015 (ECLI:NL:RBOBR:2015:2333) over een geschil tussen een franchisenemer en een franchisegever (Emté Franchise B.V.). over de afwikkeling van een beëindigde samenwerking onder de supermarktformule van Emté
De franchisenemer en franchisegever beëindigden de samenwerking en sloten een beëindigingsovereenkomst. Hierin is neergelegd dat de franchisenemer nog een bedrag zal ontvangen van de franchisegever van € 200.000,-. Afgesproken is dat dit bedrag verrekend mocht worden met nog openstaande bedragen. Verder is bepaald dat de partij die in strijd handelt met de beëindigingsovereenkomst een boete dient te betalen aan de andere partij van € 100.000,- en een bedrag van € 1.000,- voor iedere dag dat de overtreding voortduurt.
De franchisegever houdt op het te betalen bedrag van € 200.000,- een gedeelte in van ongeveer € 24.000,-. Dit bedrag zag op een eerder gevoerde discussie over een onbetaald gebleven (gedeelte) van een factuur aan de franchisenemer. Bij het opstellen van de beëindigingsovereenkomst was dit ook aan de orde geweest en is op aandringen van de franchisenemer uit de beëindigingsovereenkomst geschrapt dat de betreffende factuur in mindering zou komen op het na te betalen bedrag van € 200.000,-.
De rechtbank oordeelt dat de franchisenemer er terecht van mocht uitgaan dat het bedrag van ongeveer € 24.000,- niet in mindering gebracht zou worden op de nabetaling van € 200.000,-, ondanks de nog resterende algemene bepaling in de franchiseovereenkomst dat er verrekend mocht worden met openstaande bedragen. Op aandringen van de franchisenemer was de verschuldigdheid van betreffende factuur juist uit de beëindigingsovereenkomst verwijderd. De vordering van de franchisenemer tot betaling van het bedrag van ongeveer € 24.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente, wordt toegewezen.
De franchisenemer vorderde daarnaast betaling van de overeengekomen boete, die inmiddels opgelopen zou zijn tot zo’n € 410.000,-. De rechtbank oordeelt dat de verhouding tussen de schade en de boete onevenredig groot is. De rechtbank overweegt ook dat de franchisegever een professionelere partij is met een eigen juridische afdeling, die het boetebeding zelf heeft geredigeerd. Alles overziende ziet de rechtbank aanleiding de boete te matigen tot 20% en derhalve tot € 82.000,- te vermeerderen met de wettelijke rente.
Een contractuele boete kan onder bijzondere omstandigheden gematigd worden. Uit deze uitspraak kan verder worden opgemaakt dat bij het eventuele matigen van een contractuele boete, ten nadele van de franchisegever meegewogen kan worden dat de franchisegever een professionelere partij is dan de franchisenemer, met bijvoorbeeld een eigen juridische afdeling.
Mr A.W. Dolphijn – Franchiseadvocaat
Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies. Wilt u reageren? Ga naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Het faillissement van een franchisegever: einde aan het vorderingsrecht van de franchisenemer?
Hoewel op zichzelf gelukkig sporadisch, komt het voor dat franchiseorganisaties failleren.
E-mailverkeer tussen franchisegever en franchisenemer
Als een discussie uit de hand loopt en er werkelijk een conflict ontstaat, kan de communicatie dan blijven verlopen via de e-mail?
Verkoop via internet
Het internet is niet meer uit onze maatschappij weg te denken.
Verkoop van een franchiseonderneming, een onderwerp om tijdig bij stil te staan
Niet altijd wordt er bij het aangaan van de franchiseovereenkomst tijdig stil gestaan bij het feit dat en onder welke voorwaarden
Franchisenemer als onderhuurder in het bijzonder in het faillissement
Het komt nog al eens voor dat een franchisegever zorg draagt voor het vinden van een geschikte huurlocatie
Voorovereenkomst, letter of intent
Voor het aangaan van een franchiseovereenkomst wordt een enkele keer nog wel eens een zogeheten voorovereenkomst gesloten.