Misbruik van het faillissementsrecht
Het recht dient te worden gebruikt voor het doel waarvoor zij is geschreven. Het doel van het faillissementsrecht is dat mensen of bedrijven niet blijven doorgaan met het opbouwen van schulden die zij niet aflossen.
Veelvuldig wordt het faillissementsrecht gebruikt door een franchisegever als drukmiddel om de franchisenemer tot spoedige betaling te bewegen. Wanneer niet tijdig wordt betaald, dreigt de franchisegever direct met het aanvragen van het faillissement van de franchisenemer. Voor een eventuele tegenvordering of het betwisten van de vordering wordt geen ruimte gelaten.
De faillissementswet geeft kort gezegd aan dat een faillissement kan worden uitgesproken wanneer er sprake is van meerdere schuldeisers en de schuldenaar in de staat verkeert waarin hij is opgehouden te betalen. Aan het vereiste dat er meer dan één schuldeiser moet zijn zal vaak wel zijn voldaan wanneer een franchisegever beweert een vordering te hebben op een franchisenemer. Als schuldeiser telt ook bijvoorbeeld het rekening-courantkrediet al meetellen. Dat er meerdere schuldeisers zijn is echter alleen nog geen voldoende voorwaarde om failliet te kunnen worden verklaard. Daarnaast moet er immers tevens de situatie zijn dat er is opgehouden te betalen.
Wanneer een franchisenemer een rekening onbetaald laat en de franchisenemer heeft daarvoor een reden is het daarom aan te raden de reden van niet betalen goed te communiceren en vast te leggen. Wanneer de franchisenemer met een reden niet betaalt, verkeert hij niet in de situatie dat hij bent opgehouden te betalen, de reden dient dus wel kenbaar te zijn. Zo voorkomt de franchisenemer dat hem ten onrechte de druk opgelegd wordt dat het faillissement wordt aangevraagd of vervelender nog dat hij, nadat de franchisegever het faillissement al heeft aangevraagd, dat de situatie aan de rechter moet worden uitgelegd, waar er eigenlijk een discussie is over de hoogte van de declaratie of de kwaliteit van de geleverde dienst of goederen.
Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten
Voortzetting van de franchise-overeenkomst tegen de dan geldende
In franchise-overeenkomsten zijn nog al eens bedingen opgenomen die voortzetting van de franchise-relatie afhankelijk maken
Exclusieve afnameverplichtingen.
In een uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam d.d. 31 oktober 2002, welke uitspraak is gedaan naar aanleiding van een hoger beroep, ingesteld tegen een eerder kort gedingvonnis
Een nieuwe groepsvrijstellingsverordening
Recentelijk, op 1 oktober 2002, heeft de Europese Commissie een nieuwe groepsvrijstellingsverordening het licht doen zien.
Nieuwe beleidsregels beoordeling (fictieve) dienstbetrekking franchising
Onlangs is er van de zijde van de staatssecretaris van financiën nadere duidelijkheid geschapen omtrent de beoordelingscriteria inzake de zelfstandigheid van de franchisenemer.
Rayonbescherming: een nuance.
In de meeste franchise-overeenkomsten is een exclusief gebied opgenomen ten behoeve van de franchisenemer. De kern van die exclusiviteit is dat noch de franchisegever noch collega-franchisenemers
Rayonbescherming II: inperking van het exclusieve gebied.
In vervolg op de bijdrage in de vorige Nieuwsbrief wordt deze keer ingegaan op de (mogelijkheden van) inperking van het exclusieve franchisegebied. In de meeste franchise-overeenkomsten