Misbruik van het faillissementsrecht
Het recht dient te worden gebruikt voor het doel waarvoor zij is geschreven. Het doel van het faillissementsrecht is dat mensen of bedrijven niet blijven doorgaan met het opbouwen van schulden die zij niet aflossen.
Veelvuldig wordt het faillissementsrecht gebruikt door een franchisegever als drukmiddel om de franchisenemer tot spoedige betaling te bewegen. Wanneer niet tijdig wordt betaald, dreigt de franchisegever direct met het aanvragen van het faillissement van de franchisenemer. Voor een eventuele tegenvordering of het betwisten van de vordering wordt geen ruimte gelaten.
De faillissementswet geeft kort gezegd aan dat een faillissement kan worden uitgesproken wanneer er sprake is van meerdere schuldeisers en de schuldenaar in de staat verkeert waarin hij is opgehouden te betalen. Aan het vereiste dat er meer dan één schuldeiser moet zijn zal vaak wel zijn voldaan wanneer een franchisegever beweert een vordering te hebben op een franchisenemer. Als schuldeiser telt ook bijvoorbeeld het rekening-courantkrediet al meetellen. Dat er meerdere schuldeisers zijn is echter alleen nog geen voldoende voorwaarde om failliet te kunnen worden verklaard. Daarnaast moet er immers tevens de situatie zijn dat er is opgehouden te betalen.
Wanneer een franchisenemer een rekening onbetaald laat en de franchisenemer heeft daarvoor een reden is het daarom aan te raden de reden van niet betalen goed te communiceren en vast te leggen. Wanneer de franchisenemer met een reden niet betaalt, verkeert hij niet in de situatie dat hij bent opgehouden te betalen, de reden dient dus wel kenbaar te zijn. Zo voorkomt de franchisenemer dat hem ten onrechte de druk opgelegd wordt dat het faillissement wordt aangevraagd of vervelender nog dat hij, nadat de franchisegever het faillissement al heeft aangevraagd, dat de situatie aan de rechter moet worden uitgelegd, waar er eigenlijk een discussie is over de hoogte van de declaratie of de kwaliteit van de geleverde dienst of goederen.
Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten
Overschot in marketingfonds: kan de franchisenemer schadevergoeding eisen?
De Rechtbank Noord-Holland heeft op 23 september 2026 (ECLI:NL: RBNHO:2026:13072) ...
Geen verantwoording over marketingbijdrage: mag de franchisenemer betaling opschorten?
De Rechtbank Amsterdam heeft op 24 augustus 2026 een interessante ...
Cyberbeveiligingswet en franchise: wanneer wordt de franchisegever ICT-dienstverlener?
Sinds 15 augustus 2026 is de Cyberbeveiligingswet van kracht. De ...
Verlieslatende franchisevestiging: stoppen of toch door?
Een franchisevestiging draait financieel slecht. De franchisenemer wil stoppen, ...
Tussentijdse beëindiging franchise: niet alle resterende franchisefees zijn automatisch schade
Wat is de schade van een franchisegever wanneer een franchisenemer ...
Supermarktfranchise in Nederland en België: een verschil in bescherming
Jeroen Sterk schreef in APLSIA Magazine, het Franstalige Belgische vakmagazine ...





