Nieuwsbrief – De Nationale Franchise Gids: Horecasector: nieuwe tijden, nieuwe franchiseformules?
Franchisenemer, franchiseformule, franchiseovereenkomst, restyling
Volgens in maart 2015 door het Centraal Bureau voor de Statistiek gepubliceerde gegevens in de Kwartaalmonitor Horeca heeft de horecasector over heel 2014 een groei van 5,6 procent geboekt ten opzichte van het voorgaande jaar. Volgens eerder door het Centraal Bureau voor de Statistiek gepubliceerde gegevens was 2014 zelfs het beste horecajaar sinds 2008. Reden voor franchisegevers en franchisenemers in de horecasector om te investeren in vernieuwing van de franchiseformule? Of ligt dat wat genuanceerder?
Vanwege de omzetgroei binnen de horecasector neemt de ruimte om te investeren toe. Voor franchisegevers en franchisenemers in de horecasector is in dat verband de in maart 2015 op de website van de Rijksoverheid geplaatste Retailagenda interessant. In de Retailagenda wordt nadrukkelijk gesproken over nieuwe concepten om interessant te blijven voor consumenten, bijvoorbeeld door middel van een combinatie van horeca met retail, een showroom, een ontmoetingsplek en/of cultuur. Om aantrekkelijk te blijven voor consumenten kan ook worden gedacht aan restyling van de horecagelegenheid.
In het geval van franchising betekent een nieuw concept vaak dat de franchiseformule dient te worden gewijzigd. Voor franchisegevers en franchisenemers gelden daarom specifieke aandachtspunten voor het doen van investeringen die een wijziging van de franchiseformule met zich brengen.
Zo kan een franchisegever die alle horecagelegenheden wil restylen, en daarvoor investeringen van de franchisenemers verlangt, de franchiseformule niet wijzigen als de franchiseovereenkomst niet voorziet in een bepaling of regeling voor de franchisenemer om dergelijke aanpassingen van de formule op te volgen en daarnaast geen andere grondslag (bijvoorbeeld in het kader van een om economische redenen nodig zijnde reorganisatie) voor het doorvoeren van aanpassingen bestaat.
En een franchisenemer kan wel investeringen doen die passen binnen het bestaande franchiseconcept maar wanneer een franchisenemer bijvoorbeeld een – niet al tot de formule behorende – combinatie zou willen maken van de horecagelegenheid met retail of cultuur, dan is daar de toestemming van de franchisegever voor nodig. Ook voor franchisenemers kan een daarvoor relevante regeling in de franchiseovereenkomst zijn opgenomen.
Bij het ontbreken van een contractuele regeling over aanpassing van een ingrijpende wijziging van de formule is het voor franchisegevers en franchisenemers zaak om tijdig daarover met elkaar de dialoog aan te gaan, mede in het belang van de aantrekkelijkheid van de franchiseformule en de uit te stralen uniformiteit. In de praktijk blijkt het een goede optie om een pilot-vestiging te openen en bij gebleken succes en na overleg binnen de franchiseraad of de franchisevereniging en voldoende draagvlak over te gaan tot aanpassing van de franchiseformule.
Nog beter is om een procedure voor doorvoering van een (ingrijpende) wijziging van de franchiseformule op te nemen in de franchiseovereenkomst, te meer wanneer de franchisegever van de eigenaren van de horecagelegenheid (de franchisenemers) investeringen verlangt. Wanneer een dergelijke contractuele procedure in de franchiseovereenkomst is opgenomen, dan dient die procedure ook te worden gevolgd. Het komt voor dat franchisegevers de procedure niet geheel volgen, zodat zij vervolgens ermee kunnen worden geconfronteerd al ingezette wijzigingen van het franchiseconcept te moeten terug draaien.
Maar zelfs als een franchisegever de gehele procedure volgt is ook van belang dat de belangen van de franchisenemer, oftewel de eigenaar van de horecagelegenheid, op waarde worden geschat. Met name zijn daarbij van belang de hoogte van de investeringen, de hoeveelheid investeringen en de gevolgen voor de liquiditeit en rentabiliteit van de horecagelegenheid. Dat neemt evenwel niet weg dat het ook in het belang is van de eigenaar van de horecagelegenheid als franchisenemer dat het franchiseconcept actueel en aantrekkelijk blijft.
De omzetgroei in 2014 kan franchisegevers en franchisenemers aanzetten (extra) te investeren en de franchiseformule aan te passen. Verstandig is in dat verband de daarvoor mogelijk in de franchiseovereenkomst opgenomen procedure te volgen en de dialoog aan te gaan met elkaar.
Mr J. van de Peppel – Franchiseadvocaat
Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Ga naar vandepeppel@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Franchising is “een knelpunt in de aanpak van zorgfraude” – d.d. 10 juni 2020 – mr. A.W. Dolphijn
Volgens de diverse toezichthoudende instanties in de zorgsector kunnen franchiseconstructies gezien worden als een niet-transparante bedrijfsconstructie waarbij het toezicht op professionele en intege
Artikel Franchiseplus: “Franchisegevers participeren in franchisenemers”- d.d. 3 juni 2020 – mr. A.W. Dolphijn
Steeds vaker participeren franchisegevers in de onderneming van de franchisenemer. Er zijn diverse voordelen te bedenken voor zowel de franchisenemer als de franchisegever.
Artikel De Nationale Franchise Gids – “Corona-korting op huur” – d.d. 2 juni 2020 – mr. A.W. Dolphijn
Als een huurpand verplicht gesloten is vanwege corona, dan kan er sprake zijn van een recht op huurprijsvermindering, aldus de rechtbank Noord-Nederland.
Artikel Franchise+ – Franchisenemers genieten, wat betreft een concurrentiebeding, dezelfde bescherming als werknemers en handelsagenten – d.d. 7 mei 2020 – mr. R.C.W.L. Albers
Het komt nogal eens voor dat, met name door franchisenemers, te lichtvaardig wordt gedacht over de geldigheid van een postcontractueel beding van non-concurrentie.
Het steunakkoord voor de Retailsector in deze Coronacrisis – d.d. 15 april 2020 – mr. K. Bastiaans
Op 10 april 2020 heeft het Ministerie van Economische Zaken samen met een aantal verhuurders, retailers en banken een Steunakkoord bereikt.
Rechtbank oordeelt dat coronacrisis geen overmacht oplevert – d.d. 10 april 2020 – mr. A.W. Dolphijn
Als er niet betaald kan worden door het teruggelopen van inkomsten, dan is er niet altijd sprake van een overmacht situatie.




