Vrijwaring II – Niet behaalde prognoses
Een bijzondere vorm van vrijwaring bestaat uit exoneratiebedingen die de franchisegever pogen te vrijwaren voor onjuiste prognoses. De meeste clausules in dit kader zijn zo absoluut en rigide van aard dat zij in rechte krachteloos zijn. De rechtbank passeert dergelijke bedingen meer dan eens moeiteloos, vanwege het volstrekt onredelijk bezwarende karakter van het beding, dan wel vanwege het feit dat het rigide beding in kwestie in geen enkele verhouding meer staat tot de verwijtbaarheid aan het adres van de franchisegever, in geval er daadwerkelijk sprake is van bewust, opzettelijk versterken van onjuiste prognoses.
Is er op dit punt dan niets mogelijk? Toch wel. Een genuanceerde exoneratie kan de franchisegever wel degelijk beschermen tegen verkeerd verstrekte prognoses. Een dergelijke genuanceerde regeling gaat echter wel uit van een aantal elementen:
– zowel de franchisegever als de franchisenemer worden betrokken bij het vestigingsplaatsonderzoek, waarvan de prognoses worden afgeleid;
– de franchisenemer wordt geadviseerd zelf zich te overtuigen van de juistheid van de prognoses, bijvoorbeeld door het in de arm nemen van een professionele adviseur, niet zijnde de adviseur van de franchisegever;
– de franchisegever sluit zijn aansprakelijkheid niet uit, maar beperkt deze tot evident onjuiste verstrekte informatie.
Langs deze weg ontstaat een genuanceerde aanpak, waarbij zowel franchisegever als franchisenemer een gedeelde verantwoordelijkheid op zich nemen. Een dergelijke aanpak bevordert de onderzoeksplicht van de franchisenemer, waarbij de zorgplicht van de franchisegever gemotiveerd en wel wordt genuanceerd. Een dergelijke regeling wordt nog sterker indien de franchisegever en franchisenemer voorts in de regeling opnemen hoe met elkaar om te gaan wanneer zich onverhoopt toch een significante afwijking van de werkelijkheid in relatie tot de prognose openbaart. Komen partijen er dan nog niet uit en komt het daadwerkelijk tot een procedure, dan zal een rechtbank de gedragingen van partijen wel degelijk aanhouden tegen de genuanceerde regeling, zoals opgenomen in de franchiseovereenkomst.
Idealiter streven de franchisegever en franchisenemer vooraf met elkaar hieromtrent helderheid te realiseren en dienen zich in de précontractuele fase – en daarna – zich hier ook daadwerkelijk naar te gedragen.
Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten
Verkoop van de franchiseorganisatie, gevolgen voor de franchisenemers?
Vorige week werd aangekondigd dat mogelijk de HEMA-organisatie verkocht zal gaan worden, door Maxeda, de eigenaar van de organisatie.
Franchiseovereenkomst of arbeidsovereenkomst?
“Franchiseovereenkomst” is geen wettelijk begrip. De wet ziet een franchiseovereenkomst als een gewone overeenkomst.
Misbruik van het faillissementsrecht
Het recht dient te worden gebruikt voor het doel waarvoor zij is geschreven.
Regeren is vooruitzien
Vraag en aanbod. Begrippen die de gehele commerciële wereld beheersen.
De professionele probleemoplosser: de rechter opnieuw uitgevonden
In onze maatschappij is een waar alternatief circuit van probleemoplossers bestaan, onder meer in de vorm van mediators.
Leid prijsbinding altijd tot nietigheid?
Op grond van het mededingingsrecht is het niet toegestaan in franchiseovereenkomsten zogeheten verticale prijsbindingen op te nemen