Exoneratie zorgplicht bij prognose franchisegever
Rechtbank Overijssel, 9 april 2014, ECLI:NL:RBOVE:2014:1985
In een uitspraak van de rechtbank Overijssel van 9 april 2014, ECLI:NL:RBOVE:2014:1985 (over een vestiging van Top 1 Toys te Best) kwam de interessante vraag aan de orde of een samenwerking als franchise gekwalificeerd diende te worden. De gedaagde stelde van niet. Voorts werd door de gedaagde betwist dat er een prognoses voorafgaand aan de samenwerking afgegeven was. Een en ander stelde de gedaagde kennelijk om aan de in vaste jurisprudentie aangenomen zorgplicht van een franchisegever te ontkomen. Ten aanzien van beide aspecten vangt gedaagde bot.
Onder verwijzing van jurisprudentie van de Hoge Raad en de richtlijn EG-verordening 4078/88 (PbEG 1988, L 359/46) kwalificeert de rechtbank de samenwerking als franchise. Doorslaggevend waren dat de gedaagde het recht had verleend om een onderneming te exploiteren onder de Top 1 Toys formule tegen een geldelijke vergoeding, de knowhow dienaangaande ter beschikking gesteld heeft , de verplichting opgelegd heeft om het (beeld) merk Top 1 Toys te gebruiken, de door Top 1 Toys vastgestelde reclamefolders verplicht uit te geven, aan overkoepelende campagnes deel te nemen en ook de verplichting op te leggen om de inrichting en uitstraling van de winkel overeenkomstig de richtlijnen te brengen. De in het handelsregister opgenomen bedrijfsomschrijving van de gedaagde en de inhoud van de statuten leiden niet tot een andere conclusie.
Voorts komt de vraag op of er sprake is geweest van het exploitatieprognose voorafgaand aan de samenwerking. De rechtbank oordeelt dat als dit het geval is, de inhoud van die exploitatieprognose onderworpen is aan de zorgplicht van de franchisegever. Inderdaad is er sprake geweest van een voorafgaande exploitatieprognose, zo luidt het oordeel. De inschatting van een koopkrachtbinding blijkt hier van belang en aanduidingen zoals “taakstelling” doen daar niet aan af.
De rechtbank concludeert dat de afgegeven exploitatiebegroting ondeugdelijk was. De franchisegever had een klantenbindingspercentage ingeschat van 90. Op basis van dat percentage, na vermenigvuldiging van het aantal inwoners en de besteding per hoofd van de bevolking, waren de netto-omzetten begroot. Dit percentage diende feitelijk slechts 52 te zijn, zo is vastgesteld. Daarmee staat de schending van de zorgplicht van de franchisegever vast.
De franchiseovereenkomst was reeds buitengerechtelijk vernietigd, hetgeen stand houdt. De franchisenemer vordert schadevergoeding. Echter, de franchisegever had expliciet het volgende bedongen:
“Contractant heeft door (franchisegever) verstrekte informatie (waaronder onder andere marktverkenning, exploitatiebegroting en taakstellende omzetten) laten toetsen door deskundige derden. Contractant erkent dan ook dat (franchisegever) niet aansprakelijk gesteld kan worden voor de door haar verstrekte informatie en cijfermaterialen.”.
Deze onderzoeksplicht had de franchisenemer niet uitgevoerd. Weliswaar was het ondernemingsplan (op onderdelen getoetst) door een drietal deskundigen getoetst, maar een vestigingsplaatsonderzoek naar de haalbaarheid van een rendabele exploitatie was niet uitgevoerd. De exoneratie weegt de rechtbank ook mee. Geoordeeld wordt dat de schade voor twee derde voor rekening van de franchisegever dient te komen, in belangrijke mate gezien de deskundigheid van de franchisegever. De omvang van de schade zal nog moeten worden vastgesteld. De rechtbank houdt de beslissing voor wat dat betreft aan.
Kortom, een vonnis dat onderscheidenlijke belang van de zorgplicht van exploitatiebegrotingen bij franchiseovereenkomsten onderstreept.
Mr A.W. Dolphijn – Franchiseadvocaat
Ludwig & Van Dam Franchise advocaten,franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Mail naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Leveringsplicht?
Veel afnemers, waaronder franchisenemers, zijn van mening dat in Nederland sprake is van een leveringsplicht, inhoudende dat leveranciers verplicht zijn goederen te leveren indien door een potentiële
Internet in franchiserelaties
Indien in het kader van een franchiserelatie wordt gesproken over internet en e-commerce teneinde de goederen/diensten van de franchise-organisatie langs de digitale weg te verkopen
Franchisevergoedingen
Een voor zowel franchisenemer als franchisegever buitengewoon belangrijk onderwerp dat steevast in de franchise-overeenkomst is opgenomen, betreft de franchisevergoedingen, veelal aangeduid met de ter
Overleg: vormen en mogelijkheden
Overleg tussen de franchisegever en de franchisenemer vindt in de praktijk nogal eens plaats door middel van een franchiseraad.
De zorgplicht van de franchisegever nader benoemt in het kader van de
In de afgelopen jaren heeft inmiddels een ruime hoeveelheid jurisprudentie het licht doen zien betreffende het niet behalen van de prognoses door de franchisenemer.
Arbitrage: voor- of nadeel?
In franchise-overeenkomsten is veelal een geschillenregeling opgenomen welke ziet op de wijze waarop de bij die franchise-overeenkomst betrokken partijen met een eventueel geschil omgaan.