Franchise en huur: Belgische cassatie bevestigt Nederlandse lijn
Het Belgische Hof van Cassatie oordeelde op 12 december 2025 (ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251212.1F.4) dat een commerciële huurovereenkomst niet van rechtswege kan eindigen door het einde van een franchiseovereenkomst, indien daarmee dwingendrechtelijke huurbescherming wordt uitgehold.
Die benadering sluit aan bij het Nederlandse recht. Ook bij 7:290-bedrijfsruimte behoudt de huurovereenkomst in beginsel haar autonome karakter en kan huurbescherming niet contractueel worden omzeild via franchise-gerelateerde koppelingen.
Waar het Belgische recht een functionele koppeling tussen franchise en huur afwijst, kent het Nederlandse recht theoretisch nog het leerstuk van het onlosmakelijk samenstel en daarnaast een beperkte afwijkingsmogelijkheid met voorafgaande instemming van de kantonrechter (artikel 7:291 lid 2 BW). Die uitzonderingen worden uiterst terughoudend toegepast en zien in de praktijk vooral op de vraag of het einde van de franchise tevens het einde van de huur kan meebrengen.
In de precontractuele fase erkennen zowel België als Nederland wél de samenhang tussen franchise en huur. België kent op grond van Boek X WER een wettelijke standstill-periode. Nederland is dat via de Wet franchise (artikel 7:914 BW). Beide regimes beogen te voorkomen dat een franchisenemer reeds door bijvoorbeeld een feitelijk bindende huurovereenkomst wordt vastgelegd voordat een weloverwogen franchisekeuze kan worden gemaakt.
Kortom: waar België geen ruimte laat voor voorafgaande rechterlijke goedkeuring van een koppeling tussen franchise- en huureinde, kent Nederland slechts beperkte en strikt rechterlijk gecontroleerde mogelijkheden daartoe.
Ludwig & Van Dam advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Mail dan naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Aanprijzingen door de franchisegever in algemene bewoordingen zijn toegestaan – d.d. 6 maart 2020 – mr. A. W. Dolphijn
De grens tussen enerzijds aanprijzingen in algemene bewoordingen en anderzijds verwijtbare misleiding en een verkeerde voorstelling van zaken, blijft een lastige kwestie.
Artikel De Nationale Franchise Gids – Knowhow doorslaggevend voor toepassingsbereik Wet franchise – d.d. 5 maart 2020 – mr. R.C.W.L. Albers
Het zal weinigen in de branche ontgaan zijn dat op 10 februari jl. het wetsvoorstel van de Wet Franchise is ingediend bij de Tweede Kamer.
Column Franchise+ – Een conflict is te voorkomen, communiceer gewoon goed – februari 2020 – mr. A.W. Dolphijn
Formulewijzigingen zijn een boeiend onderwerp. Het is vaak onderwerp van conflicten, maar die conflicten zijn goed te voorkomen.
Incassofraude levert franchisegever 4 jaar gevangenisstraf en een boete van € 7 miljoen op – d.d. 25 februari 2020 – mr. J.A.J. Devilee
In een zeer exceptionele strafrechtelijke kwestie heeft het gerechtshof recent één van de directeuren van een (voormalig) franchisegever veroordeeld tot een gevangenisstraf en een boete.
Wetsvoorstel Wet franchise
Wetsvoorstel Wet franchise naar de Tweede Kamer
Artikel De Nationale Franchise Gids – Failliet doordat franchisegever verkoop franchiseonderneming weigerde – d.d. 28 januari 2020 – mr. A.W. Dolphijn
Kan een franchisegever de verkoop van een franchiseonderneming aan een kandidaat-koper weigeren, ook als dit een laatste financiële strohalm voor de franchisenemer is?




