Franchisegever moet duidelijk waarschuwen bij voorgenomen wijzigingen
Binnen franchiserelaties is verandering onvermijdelijk. Formules moeten zich blijven ontwikkelen, bijvoorbeeld door digitalisering, veranderend consumentengedrag, nieuwe huisstijlen, gewijzigde fee-structuren of aanvullende operationele voorschriften. Voor franchisegevers bestaat daarvoor vaak ook een reëel belang. Maar de Wet franchise stelt wel duidelijke grenzen aan de manier waarop zulke wijzigingen richting franchisenemers worden gecommuniceerd.
De franchisegever moet de franchisenemer tijdig informeren over voorgenomen wijzigingen van de franchiseovereenkomst, verlangde investeringen en andere informatie waarvan hij weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die van belang is voor de uitvoering van de franchiseovereenkomst. Die informatie moet bovendien zó worden verstrekt dat de franchisenemer daadwerkelijk kan beoordelen of hij zijn bedrijfsvoering moet aanpassen of andere maatregelen moet treffen.
Dat betekent dat een franchisegever niet kan volstaan met het toesturen van een nieuw contract of het opnemen van wijzigingen in een omvangrijk document, zonder duidelijk te maken wat er concreet verandert. Zeker wanneer een wijziging leidt tot een verslechtering van de rechtspositie van de franchisenemer, mag van de franchisegever worden verwacht dat hij daar expliciet, tijdig en in duidelijke bewoordingen op wijst.
Dat volgt ook uit de rechtspraak. De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam oordeelde bijvoorbeeld dat een franchisegever franchisenemers onvoldoende had geïnformeerd over de toevoeging van een postcontractueel non-concurrentiebeding in een herziene franchiseovereenkomst. Volgens de rechter had de franchisegever de franchisenemers rechtstreeks en in niet mis te verstane bewoordingen op deze aanmerkelijke wijziging moeten wijzen. Bespreking via de franchiseraad was daarvoor onvoldoende. Het gevolg was dat de franchisegever zich voorlopig niet op het beding kon beroepen.
Daarnaast kan bij bepaalde formulewijzigingen ook het instemmingsrecht van artikel 7:921 BW in beeld komen. Als een voorgenomen wijziging leidt tot investeringen, extra kosten, gewijzigde financiële bijdragen of voorzienbare omzetderving boven de overeengekomen drempelwaarde, is voorafgaande instemming vereist van de betrokken franchisenemers of van een meerderheid van de Nederlandse franchisenemers. Ontbreekt een drempelwaarde, dan is instemming in beginsel steeds vereist.
Kortom, een franchisegever die wijzigingen wil doorvoeren, doet er verstandig aan om die wijzigingen niet alleen juridisch juist vast te leggen, maar ook zorgvuldig te communiceren. Benoem expliciet wat verandert, waarom dat gebeurt, welke gevolgen dat heeft en welke keuze- of reactiemogelijkheden franchisenemers hebben. Een duidelijke waarschuwing vooraf kan veel discussie achteraf voorkomen.
Voor franchisenemers geldt omgekeerd dat zij alert moeten zijn bij nieuwe contractstukken, addenda, handboeken of formulewijzigingen. Niet elke wijziging hoeft te worden geaccepteerd en niet elke ondertekening betekent automatisch dat de franchisegever zich zonder meer op een verzwarend beding kan beroepen.
De waarschuwingsplicht is daarmee meer dan een formaliteit. Zij raakt aan de kern van de Wet franchise: transparantie, zorgvuldigheid en een evenwichtige samenwerking binnen de franchiseformule.
Dit bericht is verschenen in de De Nationale Franchise Gids
Ludwig & Van Dam advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Mail dan naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Franchising is “een knelpunt in de aanpak van zorgfraude” – d.d. 10 juni 2020 – mr. A.W. Dolphijn
Volgens de diverse toezichthoudende instanties in de zorgsector kunnen franchiseconstructies gezien worden als een niet-transparante bedrijfsconstructie waarbij het toezicht op professionele en intege
Artikel Franchiseplus: “Franchisegevers participeren in franchisenemers”- d.d. 3 juni 2020 – mr. A.W. Dolphijn
Steeds vaker participeren franchisegevers in de onderneming van de franchisenemer. Er zijn diverse voordelen te bedenken voor zowel de franchisenemer als de franchisegever.
Artikel De Nationale Franchise Gids – “Corona-korting op huur” – d.d. 2 juni 2020 – mr. A.W. Dolphijn
Als een huurpand verplicht gesloten is vanwege corona, dan kan er sprake zijn van een recht op huurprijsvermindering, aldus de rechtbank Noord-Nederland.
Artikel Franchise+ – Franchisenemers genieten, wat betreft een concurrentiebeding, dezelfde bescherming als werknemers en handelsagenten – d.d. 7 mei 2020 – mr. R.C.W.L. Albers
Het komt nogal eens voor dat, met name door franchisenemers, te lichtvaardig wordt gedacht over de geldigheid van een postcontractueel beding van non-concurrentie.
Het steunakkoord voor de Retailsector in deze Coronacrisis – d.d. 15 april 2020 – mr. K. Bastiaans
Op 10 april 2020 heeft het Ministerie van Economische Zaken samen met een aantal verhuurders, retailers en banken een Steunakkoord bereikt.
Rechtbank oordeelt dat coronacrisis geen overmacht oplevert – d.d. 10 april 2020 – mr. A.W. Dolphijn
Als er niet betaald kan worden door het teruggelopen van inkomsten, dan is er niet altijd sprake van een overmacht situatie.




