Geen recht op verlenging: onderhandelen over een verbeterplan is geen garantie
In een vonnis van de rechtbank Amsterdam van 12 november 2025 (ECLI:NL:RBAMS:2025:8525) staat centraal of een franchisegever een franchiseovereenkomst voor bepaalde tijd mocht laten eindigen zonder verlenging, ondanks maandenlange onderhandelingen over een zogenoemd verbeterplan.
De zaak betrof een franchiseovereenkomst met een looptijd van vijf jaar, die van rechtswege zou eindigen per 31 december 2023. De franchisegever had al ruim vóór het einde van de looptijd duidelijk gemaakt dat verlenging niet aan de orde was, tenzij de franchisenemer substantiële betalingsachterstanden zou inlopen en aanvullende zekerheden zou stellen. In 2023 hebben partijen intensief onderhandeld over de inhoud van een verbeterplan en zijn termijnen meerdere malen verlengd, maar een definitief akkoord bleef uit.
De franchisenemer stelde dat door deze onderhandelingen het gerechtvaardigd vertrouwen was gewekt dat de overeenkomst zou worden verlengd en dat non-verlenging daarom onrechtmatig was dan wel in strijd met de redelijkheid en billijkheid. De rechtbank volgde dit betoog niet. Zij benadrukte dat bij een franchiseovereenkomst voor bepaalde tijd het uitgangspunt is dat deze eindigt van rechtswege. In dit geval had de franchisegever steeds duidelijk en consistent gecommuniceerd dat verlenging afhankelijk was van het voldoen aan concrete voorwaarden. Het enkele feit dat nog werd gesproken over een verbeterplan, leverde geen toezegging of verlengingsgarantie op.
De rechtbank oordeelde daarom dat de non-verlenging niet onrechtmatig was en ook niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. De uitspraak onderstreept dat onderhandelingen over voortzetting of verbetering van de samenwerking op zichzelf onvoldoende zijn om aanspraak te maken op verlenging van een franchiseovereenkomst.
Ludwig & Van Dam advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Mail dan naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Artikel De Nationale Franchise Gids: “Verplichting tot herinvesteringen voor franchisenemers kent grenzen” – d.d. 13 oktober 2020 – mr. R.C.W.L. Albers
In de praktijk komt het geregeld voor dat franchisegevers ervoor kiezen om hun franchiseformule en de daarbij passende uitstraling te vernieuwen
Rechter anticipeert op Wet franchise: geen verplichte formulewijziging (zonder drempelwaarde)
De rechtbank Amsterdam oordeelt dat een franchisenemer van Blokker niet verplicht is tot vernieuwing van de winkel volgens de nieuwste formule-uitgangspunten, zoals door Blokker opgedragen is.
Interview mr. J. Sterk en mr. C. Rutten in Franchise+: “Oproep aan automotive sector: bereid je goed voor op nieuwe Wet franchise” d.d. 2 oktober 2020
De nieuwe Wet Franchise heeft een brede uitwerking, ook in de automotive sector. Maar of men zich er daar voldoende van bewust is?
Artikel De Nationale Franchise Gids – “Coronakorting van 50% op de huur” – mr. A.W. Dolphijn – d.d. 15 september 2020
Tegenvallende omzetten in verband met de coronacrisis kunnen betekenen dat de huurprijs gehalveerd wordt, ook als er sprake is van een deels omzetgerelateerde huur.
Artikel Franchise+ – “Franchisegever hanteert “afgeleide formule” (zonder dat hij het weet)” – mr. A.W. Dolphijn – d.d. 9 september 2020
Tal van franchisegevers zullen zich niet bewust zijn van het gegeven dat zij een “afgeleide formule” gebruiken zoals bedoeld in de Wet franchise.
Artikel Franchise+ – “Verplichtingen en rechten van de startende franchisenemer” – mr. A.W. Dolphijn – d.d.
Waar dient u als startende franchisenemer op te letten, wat zijn uw verplichtingen en wat zijn uw rechten bij het sluiten van de franchiseovereenkomst?




