Geen schending non-concurrentiebeding door franchisenemer – 9 februari 2016 – mr. A.W. Dolphijn

Door Gepubliceerd Op: 09-02-2016Categorieën: Uitspraken & actualiteitenLabel: ,

Heeft een voormalig franchisenemer het non-concurrentiebeding geschonden door buiten een afgesproken rayon diensten aan te bieden? De rechtbank meent van niet. Het non-concurrentieverbod ziet slechts op eigen bemiddelingsactiviteiten en niet op het presenteren van bemiddelingsactiviteiten van derden. Zie het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 13 januari 2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:191 (123Wonen/ex-franchisenemer).

Franchisegever en franchisenemer hadden een franchiseovereenkomst gesloten ten aanzien van een formule voor de bemiddeling in onder andere het huren en verhuren van huisvesting. Partijen waren overeengekomen dat de franchisenemer na het beëindigen van de franchiseovereenkomst buiten een bepaald geografische rayon geen bemiddelingsactiviteiten mocht verrichten met betrekking tot de verhuur van woningen (met uitzondering van 20 toegestane objecten). Op de website van de voormalig franchisenemer staan echter meer dan de 20 uitgezonderde objecten van buiten het afgesproken rayon. Is er nu schending van het post non-concurrentiebeding?

De voorzieningenrechter van de rechtbank oordeelt dat het post non-concurrentieverbod slechts ziet op bemiddelingsactiviteiten en dat partijen geen afspraken gemaakt hebben over het aanbieden van woningen waarin andere makelaars bemiddelen. Nu dit door de voormalig franchisegever onvoldoende betwist is en nadere bewijslevering in het kader van een kort gedingprocedure beperkt is.

Uit deze uitspraak blijkt maar weer eens dat het formuleren van een concurrentiebeding uitermate zorgvuldig dient te geschieden.

Mr. A.W. Dolphijn – Franchiseadvocaat
Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies. Wilt u reageren? Ga naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten

Overdracht klantendata aan franchisegever

Het gerechtshof Amsterdam oordeelde in het arrest van 10 januari 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:68 (OnlineAccountants.nl) onder meer over de vraag hoe klantendata moet worden overgedragen.

Uitverkoop bij bedrijfsbeëindiging franchisenemer – wie krijgt de uitverkoopopbrengst?

In het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland d.d.12 oktober 2016, ECLI:NL:RBNNE:2016:5061 (Bewindvoerder/Expert Groep en Rabobank) stond de vraag centraal of de franchisegever tezamen met de bank

Column Franchise+ – mr. Th.R. Ludwig: “Rechter: zorgplicht franchisegever vergelijkbaar met die van een bank”

Diverse uitspraken in 2016 hebben duidelijk gemaakt hoe hoog de zorgvuldigheidsnorm voor een franchisegever jegens zijn franchisenemers ligt.

Gebruik van internet en sociale media: rechter verruimt mogelijkheden franchisenemers

De franchisenemer mag in beginsel niet worden verboden een eigen website te hebben om zijn producten of diensten tevens of zelfs uitsluitend via internet te verkopen.

Ga naar de bovenkant