Huurprijswijziging
In navolging van eerdere verschenen artikelen van mijn hand zal ik in het onderstaande wederom een huurrechtelijke kwestie behandelen. Veelal is de tussen de franchisegever en franchisenemer gesloten franchise-overeenkomst nauw verbonden met een huurovereenkomst, aangezien de franchisegever als zijnde verhuurder veelal een huurovereenkomst heeft gesloten met de franchisenemer als zijnde huurder. In het onderstaande zal nader worden ingegaan op de mogelijkheid en de wijze waarop een huurprijswijziging kan worden gerealiseerd. Deze wijziging kan zowel betrekking hebben op een huurprijsverlaging als een huurprijsverhoging.
Uit artikel 7:303 BW blijkt dat zowel de franchisenemer als de franchisegever de rechter kan vorderen de huurprijs nader vast te stellen, indien deze niet overeenstemt met die van vergelijkbare bedrijfsruimte ter plaatse. Deze huurprijsvaststelling is mogelijk, indien de overeenkomst voor bepaalde tijd geldt, na afloop van de overeengekomen duur. In alle andere gevallen is huurprijsvaststelling telkens wanneer tenminste vijf jaar zijn verstreken sinds de dag waarop de laatste door partijen vastgestelde huurprijs is ingegaan of waarop de laatste door de rechter vastgestelde huurprijs is gevorderd, mogelijk.
Relevant is dat de huurprijsvaststelling vergezeld gaat van een advies omtrent de nadere huurprijs, aangezien anders de vordering tot huurprijsvaststelling niet ontvankelijk zou zijn. Voornoemd advies dient te worden opgesteld door een ter zake deskundige, zoals een makelaar, een lid van de bedrijfshuuradviescommissie of een branchevertegenwoordiger. Bij het opstellen van dit advies zal de betreffende deskundige rekening moeten houden met het gemiddelde van de huurprijzen van vergelijkbare bedrijfsruimten ter plaatse, die zich hebben voorgedaan in een tijdvak van vijf jaren voorafgaande aan de dag van het instellen van de vordering.
Aan het opstellen van het advies zijn echter wel de nodige kosten verbonden, zodat niet al te lichtvaardig over het laten opstellen van een dergelijk advies dient te worden gedacht. Om dergelijke kosten te voorkomen is het aldus raadzaam om in goed overleg in een eerder stadium afspraken te maken over de nadere huurprijs.
Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten
Overdracht klantendata aan franchisegever
Het gerechtshof Amsterdam oordeelde in het arrest van 10 januari 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:68 (OnlineAccountants.nl) onder meer over de vraag hoe klantendata moet worden overgedragen.
Uitverkoop bij bedrijfsbeëindiging franchisenemer – wie krijgt de uitverkoopopbrengst?
In het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland d.d.12 oktober 2016, ECLI:NL:RBNNE:2016:5061 (Bewindvoerder/Expert Groep en Rabobank) stond de vraag centraal of de franchisegever tezamen met de bank
Column Franchise+ – mr. Th.R. Ludwig: “Rechter: zorgplicht franchisegever vergelijkbaar met die van een bank”
Diverse uitspraken in 2016 hebben duidelijk gemaakt hoe hoog de zorgvuldigheidsnorm voor een franchisegever jegens zijn franchisenemers ligt.
Gebruik van internet en sociale media: rechter verruimt mogelijkheden franchisenemers
De franchisenemer mag in beginsel niet worden verboden een eigen website te hebben om zijn producten of diensten tevens of zelfs uitsluitend via internet te verkopen.
Artikel in Entree: “Planschade”
“Doordat de gemeente van alles onderneemt en verbouwt in de omgeving van mijn zaak, heb ik nadeel en lijd ik schade. Kan ik die verhalen?”
Artikel in Entree: “Geurregels”
“Ik heb last van de geur die de naastgelegen horecazaak produceert. Kan ik hier iets tegen doen?”.



