Iedere prognosekwestie is een andere
Het is niet altijd even gemakkelijk te bewijzen dat een franchisenemer daadwerkelijk door een franchisegever op het verkeerde been gezet is met het verstrekken van een prognose. Een goed voorbeeld daarvan zijn de uitspraken over prognosegeschillen die Biretco met franchisenemers gehad heeft.
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft in een vonnis van 15 juni 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:3723 een oordeel gevormd over een geschil tussen een franchisenemer en Biretco als franchisegever. In eerdere rechtszaken had Biretco in het stof gebeten, zie bijvoorbeeld rechtbank Zeeland-West-Brabant in een vonnis van 8 juli 2015, ECLI:NL:RBZWB:2015:6952 en het arrest van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 12 maart 2013, ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ4057. In onderhavige kwestie wordt de franchisenemer in het ongelijk gesteld.
De franchisenemer verweet de franchisegever onder meer een ondeugdelijke prognose voorgehouden te hebben. Echter, het door de franchisegever voorgehouden exploitatieoverzicht bestaat uit door de franchisenemer aangeleverde historische gegevens. De rechtbank is van oordeel dat noch sprake is van ongefundeerde cijfers, noch van prognoses. Van een onjuiste mededeling van de franchisegever, althans het nalaten van het geven van inlichtingen, is derhalve geen sprake.
Ook ten aanzien van een presentatie van financiële kengetallen is de rechtbank van oordeel dat de kengetallen uitsluitend een doorrekening betreffen van de brutowinstmarge die behaald zou kunnen worden bij een bepaalde salesmix. De franchisenemer had volgens de rechtbank onvoldoende aangevoerd om te concluderen dat gesproken kan worden van ongefundeerde mededelingen van Biretco aan de franchisenemer, laat staan van prognoses.
De franchisenemer verweet voorts nog onvoldoende zorg en bijstand te hebben verleend toen bleek dat de prognoses niet uitkwamen. De franchisegever heeft echter aangevoerd dat zij door middel van het opstellen van een plan van aanpak trachtte de franchisenemer te ondersteunen in de bedrijfsvoering. Ook voerde de franchisegever aan dat zij zorgde voor een tweewekelijkse ondersteuning van de franchisenemer via een accountbegeleider. De rechtbank oordeelt daarop dat de franchisenemer onvoldoende bewezen heeft dat de franchisegever haar zorgplicht geschonden zou hebben.
Mr. A.W. Dolphijn – Franchiseadvocaat
Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Ga naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Verkoop van de franchiseorganisatie, gevolgen voor de franchisenemers?
Vorige week werd aangekondigd dat mogelijk de HEMA-organisatie verkocht zal gaan worden, door Maxeda, de eigenaar van de organisatie.
Franchiseovereenkomst of arbeidsovereenkomst?
“Franchiseovereenkomst” is geen wettelijk begrip. De wet ziet een franchiseovereenkomst als een gewone overeenkomst.
Misbruik van het faillissementsrecht
Het recht dient te worden gebruikt voor het doel waarvoor zij is geschreven.
Regeren is vooruitzien
Vraag en aanbod. Begrippen die de gehele commerciële wereld beheersen.
De professionele probleemoplosser: de rechter opnieuw uitgevonden
In onze maatschappij is een waar alternatief circuit van probleemoplossers bestaan, onder meer in de vorm van mediators.
Leid prijsbinding altijd tot nietigheid?
Op grond van het mededingingsrecht is het niet toegestaan in franchiseovereenkomsten zogeheten verticale prijsbindingen op te nemen