Kwalitatieve verplichtingen bij een bedrijfspand franchisenemer tijdig onderkennen
Rechtbank Haarlem
De rechtbank te ’s-Hertogenbosch zag zich onlangs geconfronteerd met de navolgende kwestie tegen een gemeente. Eiser (koper) heeft op enig moment een bedrijfspand gekocht, waarin, tot kort voor de datum van levering, een supermarkt werd geëxploiteerd. Deze supermarkt is naar een groter bedrijfspand verhuisd.
Ten behoeve van de verkoper is een kwalitatieve verplichting overeengekomen die, kort samengevat, inhoudt dat de koper het gekochte bedrijfspand niet mag aanwenden om levensmiddelen te verkopen. Ten behoeve van de gemeente is een kwalitatieve verplichting overeengekomen die – kort samengevat – inhouden dat de koper het gekochte bedrijfspand niet mag aanwenden voor detailhandel, tenzij het de handel in muziekinstrumenten en elektronica betrof.
Koper heeft op enig moment zijn bedrijfsactiviteiten gestaakt en wenst ontslagen te zijn van de voornoemde kwalitatieve verplichtingen. Bij eerder vonnis heeft de rechtbank te ’s‑Hertogenbosch geoordeeld dat koper niet (meer) gebonden was aan de kwalitatieve verplichting jegens verkoper. Koper wenst in onderhavige procedure een verklaring voor recht dat de kwalitatieve verplichting jegens de gemeente is ontbonden. Zo zou de verplichting in strijd zijn met het bestemmingsplan van de gemeente zelf (detailhandel) en zou de verplichting tot gevolg hebben dat de concurrentie onrechtmatig wordt verstoord.
Volgens de rechtbank kan een rechter een dergelijk vordering tot ontbinding enkel toewijzen als er ten minste tien jaren na het sluiten van de overeenkomst zijn verlopen en het ongewijzigd voortduren van de verplichtingen in strijd is met het algemeen belang. Ook moet er voor de andere partij geen redelijk belang meer zijn en het niet aannemelijk zijn dat dit belang (ooit) zal terugkeren.
Hoewel vast komt te staan dat de verplichting tot gevolg heeft dat er in strijd met het bestemmingsplan wordt gehandeld, heeft dat niet tot gevolg dat de rechtbank hiermee aanneemt dat er sprake is van strijdigheid met het algemene belang. Dat de concurrentie onrechtmatig zou worden verstoord, wordt niet door de koper (eiser) onderbouwd. Ook is de rechtbank van mening dat de gemeente wel degelijk een redelijk belang heeft bij de handhaving van de kwalitatieve verplichting, zodat afwijzing van de vordering volgt.
Voorgaande toont te meer aan hoe (zwaar) kwalitatieve verplichtingen kunnen drukken op een partij, ook geruime tijd nadat de overeenkomst waarin de verplichting staat is getekend. Nu dergelijke verplichtingen veelvuldig voorkomen, ook bij franchiserelaties, is het derhalve van het allergrootste belang om dergelijke verplichtingen in een zo vroeg stadium (lees: voor het tekenen van de betreffende overeenkomst) te onderkennen en – waar nodig – te inventariseren wat de consequenties kunnen zijn van de verplichtingen.
Mr J.H. Kolenbrander – Franchiseadvocaat
Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies Wilt u reageren? Mail naar info@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Uittreedregelingen bij (tussentijdse) beëindiging van de
Uittreedregelingen In franchise-overeenkomsten en daarmee vergelijkbare samenwerkingsovereenkomsten is met enige regelmaat een regeling opgenomen inhoudende dat de rechten uit die overeenkomst
Verkleining risico fictieve dienstbetrekking
Onlangs heeft de nieuwe minister van Sociale Zaken, De Geus, de keus gemaakt dat hij voor eens en voor altijd een einde wil maken aan de discussie of er sprake is van zelfstandig ondernemerschap of ee
Leveringsplicht?
Veel afnemers, waaronder franchisenemers, zijn van mening dat in Nederland sprake is van een leveringsplicht, inhoudende dat leveranciers verplicht zijn goederen te leveren indien door een potentiële
Internet in franchiserelaties
Indien in het kader van een franchiserelatie wordt gesproken over internet en e-commerce teneinde de goederen/diensten van de franchise-organisatie langs de digitale weg te verkopen
Franchisevergoedingen
Een voor zowel franchisenemer als franchisegever buitengewoon belangrijk onderwerp dat steevast in de franchise-overeenkomst is opgenomen, betreft de franchisevergoedingen, veelal aangeduid met de ter
Overleg: vormen en mogelijkheden
Overleg tussen de franchisegever en de franchisenemer vindt in de praktijk nogal eens plaats door middel van een franchiseraad.