Overschot in marketingfonds: kan de franchisenemer schadevergoeding eisen?

De Rechtbank Noord-Holland heeft op 23 september 2026 (ECLI:NL: RBNHO:2026:13072) geoordeeld dat een franchisegever die onvoldoende inzicht geeft in de besteding van marketingbijdragen, aansprakelijk kan zijn voor de schade die de franchisenemer daardoor lijdt. Een overschot van circa € 120.000 in het marketingfonds, zonder duidelijk bestedingsdoel, speelt daarbij een belangrijke rol. Opvallend is dat de rechtbank de informatieplicht ook aanneemt voor de periode voor de inwerkingtreding van de Wet franchise.

De zaak

De franchisenemer exploiteert een makelaarskantoor binnen de ERA-formule en betaalt 8% van zijn bruto-omzet aan de franchisegever: 6% franchisefee en 2% marketingbijdrage. Wanneer de samenwerking verslechtert, zegt de franchisenemer de franchiseovereenkomst op tegen 31 december 2025 en stelt hij dat ERA tekortschiet in haar verplichtingen, onder meer door onvoldoende inzicht te geven in de besteding van de marketinggelden.

De rechtbank oordeelt dat de franchiseovereenkomst vanwege de overeengekomen verlenging met telkens vijf jaar pas op 12 april 2029 eindigt. Ook het beroep op ontbinding slaagt niet, omdat een rechtsgeldige ingebrekestelling ontbreekt. De franchisenemer blijft dus aan de overeenkomst gebonden, maar dat ontslaat ERA niet van haar eigen verplichtingen.

Een algemene toelichting op marketingactiviteiten is onvoldoende

Artikel 7:916 lid 2 BW verplicht de franchisegever jaarlijks te informeren in hoeverre specifiek verlangde financiële bijdragen de kosten en investeringen dekken waarvoor deze bijdragen zijn bedoeld. De franchisenemer moet daarmee kunnen beoordelen of de hoogte van de bijdrage niet onredelijk is.

De rechtbank maakt onderscheid tussen de algemene franchisefee van 6% en de marketingbijdrage van 2%. De informatieplicht ziet uitsluitend op laatstgenoemde bijdrage, omdat deze voor een specifiek doel wordt geheven.

ERA voerde aan dat zij tijdens jaarlijkse bijeenkomsten in algemene zin toelichtte welke marketingactiviteiten waren verricht. Marketingfondsverslagen werden echter niet met franchisenemers gedeeld. Volgens de rechtbank volstaat deze werkwijze niet. De informatieplicht verlangt weliswaar geen volledige rekening en verantwoording, maar de franchisenemer moet kunnen beoordelen hoe de geïnde bijdragen zich verhouden tot de beoogde marketingkosten en investeringen.

Wanneer ontstaat aansprakelijkheid?

Het meest relevante onderdeel van het vonnis betreft de gevolgen van de geschonden informatieplicht. Tijdens de procedure overlegt ERA een marketingfondsverslag over 2025, waaruit een positief saldo van circa € 120.000 blijkt. Volgens ERA blijft dit bedrag beschikbaar voor toekomstige campagnes en ontwikkeling. Een concreet bestedingsdoel wordt echter niet inzichtelijk gemaakt.

De rechtbank oordeelt dat ERA daarmee haar informatieplicht heeft geschonden. Die verplichting geldt bovendien niet uitsluitend vanaf de inwerkingtreding van de Wet franchise op 1 januari 2021. Voor de jaren 2019 en 2020 vloeit zij volgens de rechtbank voort uit de redelijkheid en billijkheid van artikel 6:248 BW. Afspraken over het doorbelasten van kosten geven een franchisegever immers niet zonder meer het recht eventuele overschotten zelf te behouden.

De rechtbank gaat vervolgens een stap verder. Doordat ERA onvoldoende inzicht verschafte, kon de franchisenemer niet beoordelen of mogelijk te hoge bijdragen waren geïnd en of aanspraak bestond op terugbetaling. De mogelijkheid van schade is daarmee voldoende aannemelijk. ERA wordt veroordeeld tot schadevergoeding, nader op te maken in een schadestaatprocedure.

Betekenis voor de praktijk

De uitspraak bevestigt dat een marketingfonds niet jaarlijks volledig hoeft te worden besteed, maar dat de franchisegever wel voldoende inzicht moet geven in de bestemming van de geïnde bijdragen. Een algemene verwijzing naar toekomstige marketingactiviteiten is daarvoor niet zonder meer voldoende.

Voor franchisegevers betekent dit dat niet alleen de ontvangen bijdragen en gemaakte kosten, maar ook eventuele reserveringen voldoende inzichtelijk moeten zijn. Voor franchisenemers bevestigt het vonnis dat zij informatie kunnen verlangen over de financiële onderbouwing van doelgebonden bijdragen en dat schending van deze verplichting tot schadevergoeding kan leiden.

De uitspraak benadrukt dat een franchisegever ook over marketingbijdragen uit de periode voor de Wet franchise verantwoording moet kunnen afleggen. Blijft voldoende inzicht uit, dan kan dat niet alleen leiden tot een verplichting om alsnog informatie te verstrekken, maar ook tot een schadevergoedingsplicht.

mr. N.T. van Bruggen - advocaat
Ludwig & Van Dam advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Mail dan naar vanbruggen@ludwigvandam.nl

Andere berichten

Artikel Franchise+ – “Hoe kom ik van mijn schulden af: Ook voor franchisenemers en franchisegevers” – mr. A.W. Dolphijn – d.d. 20 oktober 2020

Ook voor franchisenemers en franchisegevers die in financieel zwaar weer verkeren, kan een reorganisatie noodzakelijk zijn om te kunnen blijven voortbestaan.

Door Alex Dolphijn|20-10-2020|Categorieën: Uitspraken & actualiteiten|

Artikel De Nationale Franchise Gids: “Verplichting tot herinvesteringen voor franchisenemers kent grenzen” – d.d. 13 oktober 2020 – mr. R.C.W.L. Albers

In de praktijk komt het geregeld voor dat franchisegevers ervoor kiezen om hun franchiseformule en de daarbij passende uitstraling te vernieuwen

Rechter anticipeert op Wet franchise: geen verplichte formulewijziging (zonder drempelwaarde)

De rechtbank Amsterdam oordeelt dat een franchisenemer van Blokker niet verplicht is tot vernieuwing van de winkel volgens de nieuwste formule-uitgangspunten, zoals door Blokker opgedragen is.

Door Alex Dolphijn|05-10-2020|Categorieën: Uitspraken & actualiteiten|

Interview mr. J. Sterk en mr. C. Rutten in Franchise+: “Oproep aan automotive sector: bereid je goed voor op nieuwe Wet franchise” d.d. 2 oktober 2020

De nieuwe Wet Franchise heeft een brede uitwerking, ook in de automotive sector. Maar of men zich er daar voldoende van bewust is?

Artikel De Nationale Franchise Gids – “Coronakorting van 50% op de huur” – mr. A.W. Dolphijn – d.d. 15 september 2020

Tegenvallende omzetten in verband met de coronacrisis kunnen betekenen dat de huurprijs gehalveerd wordt, ook als er sprake is van een deels omzetgerelateerde huur.

Door Alex Dolphijn|15-09-2020|Categorieën: Uitspraken & actualiteiten|

Artikel Franchise+ – “Franchisegever hanteert “afgeleide formule” (zonder dat hij het weet)” – mr. A.W. Dolphijn – d.d. 9 september 2020

Tal van franchisegevers zullen zich niet bewust zijn van het gegeven dat zij een “afgeleide formule” gebruiken zoals bedoeld in de Wet franchise.

Door Alex Dolphijn|09-09-2020|Categorieën: Uitspraken & actualiteiten|
Ga naar de bovenkant