Stilzwijgende verlenging
In heel wat franchiseovereenkomsten staan regelingen die het einde en de eventuele voortzetting van de bestaande franchiseovereenkomst regelen. Nogal eens wordt in de franchiseovereenkomst opgenomen dat de overeenkomst stilzwijgend onder dezelfde voorwaarden wordt verlengd wanneer geen van partijen, franchisegever of franchisenemer, opzegt. Is een dergelijke regeling onder alle omstandigheden toelaatbaar?
Wanneer er sprake is van een onderhuursituatie waarbij de franchisenemer dus huurt van de franchisegever is dit in alle gevallen toelaatbaar zolang de onderhuurovereenkomst voortduurt én het marktaandeel van de betreffende franchiseorganisatie niet hoger is dan 30%. Let wel, dit marktaandeel kan behalve landelijk ook regionaal of lokaal het geval zijn.
Is er geen sprake van onderhuur dan is stilzwijgende verlenging nog steeds mogelijk zolang het marktaandeel van de franchiseorganisatie beneden de 15% ligt. Anders dan nog wel eens wordt gedacht is stilzwijgende verlenging van een franchiseovereenkomst in de praktijk dus veelal wel mogelijk. Wel zij hierbij aangetekend dat de regeling waarop de mogelijkheid tot stilzwijgende verlenging bij een marktaandeel lager dan 15% is gebaseerd in theorie opzij kan worden geschoven door de rechtbank of de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa). In een concreet praktijkgeval heeft de NMa echter geoordeeld dat de desbetreffende regeling volledig gerespecteerd diende te worden.
Bij verlenging van de franchiseovereenkomst is het dus echt niet in alle gevallen nodig een nieuwe overeenkomst te sluiten en dus persé met elkaar om de tafel te gaan zitten. Een eenvoudige clausule die stilzwijgende verlenging voor partijen goed regelt is vaak afdoende.
Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten
Franchisenemer mag assortiment vreemd inkopen na verplichte formulewijziging – 6 juni 2019 – mr. J.A.J. Devilee
De rechtbank Oost-Brabant heeft zich onlangs in kort geding gebogen over een belangwekkende kwestie waarin een franchisenemer geheel onvrijwillig een alternatieve formule opgedrongen heeft gekregen.
Hoe behoud ik mijn vestigingsplaats? – 6 juni 2019 – mr. K. Bastiaans
Voor franchisegevers en franchisenemers is, met name in de detailhandel, de vestigingsplaats van groot belang.
Supermarktbrief – 25
Supermarktnieuwsbrief nr. 25
De toetsingsmaatstaf voor franchiseprognoses – d.d. 29 mei 2019 – mr. A.W. Dolphijn
Het hof Den Bosch heeft op 19 maart 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:1037, de rechtspraak van de Hoge Raad over prognose bij franchising op een rij gezet.
Arbitrage binnen franchise: een te hoge drempel? – mr. M. Munnik
Bij het aangaan van een overeenkomst is het voor partijen mogelijk – in afwijking van de wet - om een bevoegde rechter aan te wijzen. Dit geldt ook voor de franchiseovereenkomst. Van deze mogelijkheid
Beroep franchisenemer op dwaling wegens ondeugdelijke prognoses en gebrek aan ondersteuning verworpen – d.d. 25 april 2019 – mr. K. Bastiaans
Het Hof ’s-Hertogenbosch oordeelde (ECLI:NL:GHSHE:2019:697) over de vraag of het enkele feit dat prognoses niet zijn uitgekomen, de conclusie rechtvaardigt dat de franchisenemer tekort is gedaan...



