Stilzwijgende verlenging

In heel wat franchiseovereenkomsten staan regelingen die het einde en de eventuele voortzetting van de bestaande franchiseovereenkomst regelen. Nogal eens wordt in de franchiseovereenkomst opgenomen dat de overeenkomst stilzwijgend onder dezelfde voorwaarden wordt verlengd wanneer geen van partijen, franchisegever of franchisenemer, opzegt. Is een dergelijke regeling onder alle omstandigheden toelaatbaar?

Wanneer er sprake is van een onderhuursituatie waarbij de franchisenemer dus huurt van de franchisegever is dit in alle gevallen toelaatbaar zolang de onderhuurovereenkomst voortduurt én het marktaandeel van de betreffende franchiseorganisatie niet hoger is dan 30%. Let wel, dit marktaandeel kan behalve landelijk ook regionaal of lokaal het geval zijn.
Is er geen sprake van onderhuur dan is stilzwijgende verlenging nog steeds mogelijk zolang het marktaandeel van de franchiseorganisatie beneden de 15% ligt. Anders dan nog wel eens wordt gedacht is stilzwijgende verlenging van een franchiseovereenkomst in de praktijk dus veelal wel mogelijk. Wel zij hierbij aangetekend dat de regeling waarop de mogelijkheid tot stilzwijgende verlenging bij een marktaandeel lager dan 15% is gebaseerd in theorie opzij kan worden geschoven door de rechtbank of de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa). In een concreet praktijkgeval heeft de NMa echter geoordeeld dat de desbetreffende regeling volledig gerespecteerd diende te worden.

Bij verlenging van de franchiseovereenkomst is het dus echt niet in alle gevallen nodig een nieuwe overeenkomst te sluiten en dus persé met elkaar om de tafel te gaan zitten. Een eenvoudige clausule die stilzwijgende verlenging voor partijen goed regelt is vaak afdoende.

Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten

Structureel ondeugdelijke omzetprognoses van de franchisegever

De rechtbank Limburg heeft op 15 maart 2017 in acht vergelijkbare vonnissen (waaronder ECLI:NL:RBLIM:2017:2344) de franchiseovereenkomsten van diverse franchisenemers van de P3-franchiseformule

Franchisenemer verplicht meewerken aan formulewijziging?

De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam heeft zich op 24 maart 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:1860, wederom gebogen over de kwestie waarbij Intertoys de winkels van Bart Smit wenst om te bouwen

Leveringsstop van franchisegever niet toegestaan

Op 9 februari 2017 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland, ECLI:NL:RBGEL:2017:1372, geoordeeld dat een franchisegever haar verplichting tot belevering van de franchisenemer niet

Alex Dolphijn in het Financiële Dagblad over het arrest van de Hoge Raad inzake Street-One

Franchisegevers eerder aansprakelijk bij foute prognoses Franchisenemers kunnen hun moederorganisatie voortaan makkelijker aansprakelijk stellen voor ondeugdelijke winst en omzetprognoses.

Ga naar de bovenkant