Verticale prijsbinding relevant in franchiseverhoudingen
Ook in franchiseverhoudingen komt het voor dat de franchisenemer de consumentenverkoopprijzen hanteert die ingegeven worden door de franchisegever. De overheid kan hiertegen optreden, ook bij andere verhoudingen tussen leverancier (groothandel) en afnemer (retailer).
Opgelegde boete
Op 7 augustus jl. oordeelde de rechtbank in een beroep van LG tegen een door de Autoriteit Consument & Markt (ACM) aan haar opgelegde boete van maar liefst bijna acht miljoen euro. Klik hier voor de volledige uitspraak.
De groothandel van audio- en videoapparatuur werd ervan beschuldigd druk uit te oefenen op haar afnemers en deel te nemen aan onderling afgestemde gedragingen met het doel om daarmee de consumentenprijzen kunstmatig hoog te houden. In feite ontstond hiermee een prijskartel.
Kartelverbod
(Prijs)Kartels zijn verboden op grond van artikel 6 van de Mededingingswet en niet vrijgesteld via de Europese Verticale Groepsvrijstelling nu dit een hardcorebeperking betreft.
Volgens de rechtbank is vast komen te staan dat de leverancier en haar afnemers de consumentenprijzen op elkaar afstemden door hierover via de leverancier met elkaar te communiceren. Niet alleen overeenkomsten maar ook onderling afgestemde gedragingen kunnen leiden tot een prijskartel. Daarbij wordt in de rechtspraak een onderscheid gemaakt tussen enerzijds afspraken en onderling afgestemde gedragingen die prijsbinding tot gevolg hebben en anderzijds afspraken en onderling afgestemde gedragingen die de strekking hebben de concurrentie te belemmeren. In het laatste geval wordt automatisch aangenomen dat de concurrentie wordt beperkt, zonder dat naar de effecten op de markt (de merkbaarheid) nader onderzoek behoeft te worden verricht.
Dergelijke onderling afgestemde gedragingen kunnen niet alleen leiden tot hoge boetes, maar in franchiseverhoudingen bijvoorbeeld ook tot onrechtmatigheid en/of zelfs vernietiging van de franchiseovereenkomsten. Een voorbeeld daarvan is de uitspraak inzake “Make it Easy”, waarbij de voorzieningenrechter in één klap als gevolg van prijsbinding toestond dat alle franchiseovereenkomsten niet meer geldig waren, waarmee de franchiseorganisatie in feite ophield te bestaan. Als gevolg daarvan was ook het post-contractueel verbod van non-concurrentie niet meer geldig. Klik hier voor deze uitspraak.
Indien bij franchiseorganisaties aldus niet alleen door het opleggen van vaste prijzen maar bijvoorbeeld ook door feitelijke gedragingen de concurrentie tussen franchisenemers wordt beperkt of uitgeschakeld, brengt dit grote risico’s met zich mee. Franchisegevers en franchisenemers dienen zich van deze risico’s bewust te zijn en niet alleen hun contracten maar ook hun gedragingen zodanig in te richten dat prijsconcurrentie tussen franchisenemers binnen dezelfde formule mogelijk blijft. Voorbeelden van risicovolle gedragingen zijn constructies waarbij de prijsbepaling van de te verlenen dienst of te leveren goederen uitsluitend via de franchisegever loopt. Maar ook situaties waarin een systeem van sancties of bonussen wordt opgetuigd om een bepaald prijsbeleid te voeren. Het opleggen van maximumprijzen is daarentegen wel toegestaan.
Conclusie
Het verdient aanbeveling zich van het gevoerde prijsbeleid bewust te zijn en een mededingingsrechtelijke toetsing te doen naar eventuele risico’s, waarbij bijvoorbeeld kan worden beschreven welke rechtvaardiging bestaat voor het gevoerde beleid. Dit kan problemen verzachten of voorkomen.
Voor meer informatie over de toetsing van de mededingingsrechtelijke risico’s in franchiseverhoudingen kunt u altijd vrijblijvend contact opnemen.
Ludwig & Van Dam advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Mail dan naar sterk@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Non-concurrentiebeding
In franchise-overeenkomsten wordt meer dan eens een beding van non-concurrentie opgenomen
Vrijwaring I
Menig franchisecontract bevat bedingen die de franchisegever moet vrijwaren voor gedragingen van de franchisenemer.
Vrijwaring II – Niet behaalde prognoses
Een bijzondere vorm van vrijwaring bestaat uit exoneratiebedingen die de franchisegever pogen te vrijwaren voor onjuiste prognoses.
Bewezen succesformule – een vervolg
De laatste maanden komt het helaas weer steeds vaker voor dat franchisenemers in de problemen komen als gevolg van
Omzetgerelateerde huurprijs voor franchisenemers
In toenemende mate streven franchisegever/verhuurder en franchisenemer/huurder om diverse redenen naar mogelijkheid
Franchisenemers: sluit geen arbitrageclausules maar wel een rechtsbijstandsverzekering
Bij conflicten tussen franchisegever en franchisenemer komt het nogal eens voor dat partijen niet met gelijke wapens strijden.