Voorgeschreven winkelinrichting – d.d. 28 januari 2020 – mr. A.W. Dolphijn
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 20 december 2019,
ECLI:NL:RBMNE:2019:6337 een beslissing genomen over de vraag of een
franchisenemer verplicht is de door de franchisegever voorgeschreven
winkelinrichting te voeren.
Een franchisegever en franchisenemer hebben een franchiseovereenkomst met
elkaar gesloten. In deze franchiseovereenkomst zijn bepalingen opgenomen
over de inrichting met bijbehorende uitstraling van de vestiging van de
franchisenemer. Hierbij wordt verwezen naar reglementen en instructies die
zijn opgenomen in het handboek van de franchiseformule. Diezelfde dag
hebben partijen een aanvullende overeenkomst gesloten waarin zij
overeengekomen zijn dat de franchisegever een investeringsvergoeding ter
beschikking stelt aan de franchisenemer van € 50.000,00 voor de verbouwing
van de vestiging. De vaste interieurontwerper van de franchisegever heeft
voor de betreffende vestiging een uitwerking gemaakt van de huisstijl en
uitstraling van de franchiseformule in een “Lay-out & Formule
Document”.
Vervolgens hebben partijen een onderhuurovereenkomst gesloten voor de
franchisevestiging. Naast bepalingen over de betaling van de huur, is in
deze onderhuurovereenkomst bepaald dat huurder gehouden is het gehuurde
binnen drie maanden na terbeschikkingstelling af te bouwen, in te richten
en in gebruik te nemen. Ook zijn bepalingen opgenomen over de inrichting
van het gehuurde conform de franchiseformule.
Omdat franchisegever van mening was dat de franchisenemer zich niet hield
aan de afspraken uit de franchiseovereenkomst, de aanvullende overeenkomst
en de onderhuurovereenkomst door de winkel niet (volledig) te verbouwen
conform de franchiseformule, heeft de franchisegever een kort
gedingprocedure gestart.
Na de eerste zitting van 21 november 2019 zijn partijen met elkaar in
overleg getreden en hebben zij afspraken gemaakt naar aanleiding van de
geschilpunten. Met deze afspraken heeft de franchisegever haar
aanvankelijke eis, dat de vestiging ingericht dient te worden conform de
Franchiseovereenkomst, de onderhuurovereenkomst en het Lay-out &
Formule Document in ieder geval deels losgelaten. Deze nieuw gemaakte
afspraken zijn neergelegd in e‑mailcorrespondentie. Aan de wens van de
franchisegever om de afspraken in een proces-verbaal neer te leggen, komt
de franchisenemer niet tegemoet. Op vordering van de franchisegever wordt
de franchisenemer in een vonnis alsnog veroordeeld om de nieuw gemaakte
afspraken na te komen.
De franchisegever had hier achteraf bezien wellicht beter eerst zelf met
het bedrag van de investeringsvergoeding de winkelinrichting naar haar
eigen smaak kunnen laten verbouwen. Pas daarna zou de franchise- en
onderhuurovereenkomst in kunnen gaan.
Mr. A.W. Dolphijn – franchiseadvocaat
Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies. Wilt
u reageren?
Ga naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Overstap franchisenemer van de ene franchiseorganisatie naar de andere niet zonder risico’s
Onlangs heeft de rechtbank te Amsterdam uitspraak gedaan in een kwestie waarbij een franchisenemer overstapte van de ene franchisegever naar de andere, in dezelfde branche.
Franchisegever: bescherm uw merk(en) goed
Als franchisegever heeft u een franchiseformule ontwikkeld die zich onder meer onderscheidt
Kapitaalbehoefte in mededingingsrechtelijk perspectief
In de praktijk komt het regelmatig voor dat, zoals elk bedrijf, een franchisegever of een franchisenemer behoefte
Non concurrentiebeding in franchiseovereenkomst
Non concurrentiebeding in franchiseovereenkomst
Het belang van een wettelijke franchiseregeling
Het franchisecontract is niet bij wet geregeld. Het is een zogenaamde “onbenoemde overeenkomst”.
Neem op tijd maatregelen m.b.t. uw werknemers bij het einde van de franchiseovereenkomst
Als u besluit om uw franchiseovereenkomst op te zeggen en er komt een einde aan de franchiseovereenkomst