Voorovereenkomst, letter of intent
Voor het aangaan van een franchiseovereenkomst wordt een enkele keer nog wel eens een zogeheten voorovereenkomst gesloten. Deze op zichzelf genomen vormvrije overeenkomst verplicht de franchisegever en franchisenemer doorgaans informatie uit te wisselen, die fundamenteel is voor het aangaan van de franchiserelatie. Een goede voorovereenkomst bevat elementen die uitdrukken welke informatie tenminste aan de kandidaat-franchisenemer ter beschikking dient te worden gesteld, te weten:
– de franchiseovereenkomst;
– een financiële raming voor tenminste drie jaar;
– een compleet handboek;
– een eventueel financieringsarrangement;
– de Europese erecode inzake franchising.
Deze elementen zijn elementair voor het aangaan van een duurzame franchiserelatie. Zonder dat de franchisenemer zich zelfstandig heeft overtuigd van de deugdelijkheid en aanvaardbaarheid van bovengenoemde zaken, doet hij er verstandig aan geen franchiseovereenkomst te tekenen.
In de praktijk willen nog wel eens verdergaande voorovereenkomsten circuleren. Het gaat dan om overeenkomsten die de franchisenemer verplichten om na het ter beschikking gestelde de franchiseovereenkomst aan te gaan binnen een bepaalde termijn, tenzij de financiering van het geheel niet tot stand komt. Het gevolg hiervan is dus dat de franchisenemer op voorhand akkoord gaat met de inhoud van diverse hierboven genoemde stukken, zonder dat deze stukken voor hem een weloverwogen motief kunnen vormen om niet in zee te gaan met de franchisegever. Immers, indien alleen de financiering een voorwaarde is om de franchiserelatie al dan niet uiteindelijk aan te gaan, brengt dat met zich mee dat de inhoud van bijvoorbeeld het handboek of de financiële ramingen blijkbaar geen reden meer mogen vormen uiteindelijk af te zien van in te stappen in de beoogde franchiseformule. Er wordt dus een huis gekocht zonder het gezien te hebben. Langsrijden mag wel. Dergelijke bedingen kunnen vanzelfsprekend beter niet door een kandidaat-franchisenemer getekend worden. Nog erger wordt het als aan een en ander bovendien (enorme) boetebedingen worden gehangen. Stel, de franchisenemer krijgt zijn financiering rond, maar kan zich niet verenigen met de inhoud van de franchiseovereenkomst of het handboek en wenst op deze gronden – om voor hem moverende redenen – niet zijn beoogde franchisebedrijf te gaan exploiteren, dan wacht hem een boete, zonder ooit enige activiteit te hebben verricht.
Al even absurd is voorts de bepaling die het de franchisenemer onmogelijk maakt om met een concurrerende keten in zee te gaan. Het is voor een kandidaat-franchisenemer dus niet goed mogelijk zich te oriënteren bij verschillende franchiseketens. Het is toch wel haast onvoorstelbaar dat een werknemer die bij een bank wil gaan werken niet met de ING Bank zou mogen praten, nadat hij om hem moverende redenen afziet te gaan werken bij de Rabobank. De houdbaarheid van dergelijke clausules laat zich overigens raden. Voorkomen is echter beter dan genezen.
Een goede voorovereenkomst is beperkt van aard en schept geen additionele verplichtingen. Een goed franchisegever zal de kandidaat-franchisenemers bovendien alle gelegenheid willen bieden zich te verdiepen in de franchiseorganisatie in kwestie. Immers, partijen gaan voor de lange termijn met elkaar in zee en hebben er dus alle baat bij hun duurzame relatie goed te laten beginnen.
Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten
Nieuwe beleidsregels beoordeling (fictieve) dienstbetrekking franchising
Onlangs is er van de zijde van de staatssecretaris van financiën nadere duidelijkheid geschapen omtrent de beoordelingscriteria inzake de zelfstandigheid van de franchisenemer.
Rayonbescherming: een nuance.
In de meeste franchise-overeenkomsten is een exclusief gebied opgenomen ten behoeve van de franchisenemer. De kern van die exclusiviteit is dat noch de franchisegever noch collega-franchisenemers
Rayonbescherming II: inperking van het exclusieve gebied.
In vervolg op de bijdrage in de vorige Nieuwsbrief wordt deze keer ingegaan op de (mogelijkheden van) inperking van het exclusieve franchisegebied. In de meeste franchise-overeenkomsten
Horeca-overeenkomsten
Onlangs heeft de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) een besluit genomen ten aanzien van de door Heineken ter ontheffing voorgelegde bierleveringsovereenkomsten.
Ongeoorloofde geschillenregelingen binnen franchise-organisaties
Franchise-overeenkomsten bevatten een enkele keer geschillenregelingen die bevoegdheden toekennen aan de franchisenemer(s), de franchiseraad en/of een franchisevereniging.
Het recht op de formulenaam bij beëindiging van de franchiserelatie
In de praktijk doen zich met enige regelmaat discussies voor bij beëindiging van de franchiserelatie tussen een franchisegever en één of meerdere franchisenemers