Voortijdige beëindiging van een commerciële relatie: vergoeding van schade
Het per direct beëindigen van een commerciële samenwerking is niet zonder meer voortijdig te beëindigen zonder consequenties. Zo laat het arrest van het Hof Amsterdam van 17 maart 2026 (ECLI:NL:GHAMS:2026:747) zien dat zo’n beslissing aanzienlijke financiële gevolgen kan hebben.
In deze zaak ging het formeel om een distributieovereenkomst, maar de overwegingen van het hof zijn zonder meer relevant voor de franchisepraktijk, waar vergelijkbare duurzame samenwerkingsrelaties centraal staan.
De overeenkomst werd abrupt beëindigd. Het hof oordeelde dat dit onterecht was en dat de wederpartij daardoor schade had geleden. Die schade werd vastgesteld aan de hand van een klassieke vermogensvergelijking: de feitelijke situatie versus de hypothetische situatie waarin wél een redelijke opzegtermijn in acht zou zijn genomen. In dit geval werd uitgegaan van een termijn van twaalf maanden.
Op basis van een deskundigenrapport werd de schade begroot op ruim € 128.000. Daarbij stond de gederfde winst centraal. Het hof trekt daarbij duidelijke grenzen: voorbereidings- en expansiekosten komen niet afzonderlijk voor vergoeding in aanmerking, omdat deze ook bij een correcte beëindiging zouden zijn gemaakt en bovendien in de winst verdisconteerd liggen. Ook groeiverwachtingen worden kritisch beoordeeld; alleen realistische en onderbouwde prognoses tellen mee.
Het arrest bevestigt dat een voortijdige beëindiging zonder redelijke opzegtermijn in beginsel leidt tot aansprakelijkheid, maar ook dat schadevergoeding beperkt blijft tot aantoonbare en realistische winstderving binnen die termijn. Bij specifiek franchiseovereenkomsten kan nog de vraag gesteld worden hoe in dit kader om te gaan met de wettelijk vereiste goodwill-regeling die in de franchiseovereeenkomst moet staan (artikel 7:920 lid 1 BW). Die vraag kwam bij deze uitspraak klaarblijkelijk niet aan bod.
Ludwig & Van Dam advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Mail dan naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Financiële ramingen in de horeca
Een steeds terugkerend onderwerp in de franchisepraktijk betreft de aansprakelijkheid ter zake ondeugdelijke prognoses.
Koppeling franchiseovereenkomst en huurovereenkomst
Onlangs werd in een uitspraak van een kantonrechter in kort geding het belang van een juiste koppeling
Prognoseproblematiek in een verslechterde fastfoodmarkt
Prognoseproblematiek in een verslechterde fastfoodmarkt
Juridische splitsing van een onderneming: een onaangename verrassing voor de verhuurder
Een verhuurder kan onaangenaam verrast worden door een juridische splitsing.
C1000 en AH-ondernemers dicht bij rechtszaak
C1000 en AH-ondernemers dicht bij rechtszaak
De fictieve dienstbetrekking
Onlangs zijn zowel in Nederland als in België enkele uitspraken gedaan met betrekking tot de vaststelling van een fictieve dienstbetrekking