Bevoegdheid van de kantonrechter in zaken over dwaling
Rechtbank Arnhem
De beoordeling van geschillen over een (onder)huurovereenkomst is door de wet toegewezen aan de specialistische kantonrechter, terwijl geschillen over een franchiseovereenkomst, in beginsel, door de ‘normale’ (civiele) rechter worden beoordeeld. In franchising is het zeer gangbaar dat er, naast het sluiten van een franchiseovereenkomst, eveneens een (onder)huurovereenkomst tot stand komt tussen de franchisegever en de franchisenemer. Welke rechter is bevoegd als de franchisenemer zich beroept op de vernietigbaarheid van beide overeenkomsten?
Zoals eerder aan de orde is gekomen op deze website, lijkt het antwoord op deze vraag eenvoudig beantwoord te kunnen op grond van de wet. Uit de diverse rechtspraak die er over dit onderwerp is te vinden, blijkt echter dat deze klaarblijkelijke eenvoud kennelijk schijn is en dat er door verschillende rechter op verschillende manieren naar deze materie gekeken wordt.
Onlangs heeft de rechtbank Arnhem een uitspraak gedaan, die rechtstreeks op de wet lijkt te zijn geschoeid en om die reden de rechtszekerheid bevordert. De casus is, kort samengevat, als volgt. De franchisegever c.s. vordert bij de ‘normale’ civiele rechter van een franchisenemer niet alleen franchisevergoeding, maar ook huurpenningen uit hoofde van een (onder)huurovereenkomst. De franchisenemer verdedigt zich door te stellen dat hij heeft gedwaald, om welke reden in zijn visie zowel de franchiseovereenkomst als de huurovereenkomst vernietigd dienen te worden. De rechter is van oordeel dat, nu er sprake is van een samenloop van vorderingen die ook betrekking hebben op een (onder)huurovereenkomst, een kantonrechter de zaak dient te beoordelen. Doorverwijzing volgt dan ook.
Mr J.H. Kolenbrander – Franchise advocaat
Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies Wilt u reageren? Mail naar kolenbrander@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Artikel mr. C. Damen – Drie voorwaarden bij het recht op klantenvergoeding voor de agent bij de beëindiging van de agentuurovereenkomst – d.d. 26 augustus 2020
Bij de agentuurrelatie tussen een agent en een opdrachtgever (de principaal) leggen partijen hun samenwerkingsafspraken vast in een agentuurovereenkomst. Wanneer de principaal de agentuurovereenkomst
Artikel mr. C. Damen – “Wanneer geldt de exhibitieplicht voor het overleggen de franchiseovereenkomst?” d.d. 17 augustus 2020
Geldt de exhibitieplicht voor het tonen van een (franchise)overeenkomst in een procedure, wanneer de procespartijen niet in rechtsbetrekking staan tot de (franchise)overeenkomst?
Artikel mr. A.W. Dolphijn – “Hoe waardeer je een franchiseonderneming met kwijtingslening?” – d.d. 14 augustus 2020
Een kwijtingslening is een beproefd middel van franchisegevers om franchisenemers langdurig aan zich te vinden.
Artikel De Nationale Franchise Gids: “Informatieverplichtingen van de beoogd franchisenemer onder de Wet franchise” – d.d. 7 augustus 2020 – mr. A.W. Dolphijn
Alhoewel de Wet franchise tot doel heeft franchisenemers te beschermen tegen franchisegevers, zijn er ook een aantal verplichtingen voor franchisenemers bepaald.
Wettekst van de Wet franchise – d.d. 24 juli 2020 – mr. A.W. Dolphijn
De wettekst van de Wet franchise is op 1 juli 2020 gepubliceerd in het Staatsblad. De integrale wettekst luidt als volgt:
Wet Franchise – d.d. 23 juli 2020 – mr. A.W. Dolphijn
De Wet franchise zal voor zowel franchisegevers als franchisenemers behoorlijk wat impact hebben.




