Boeteplicht voor franchisegever wegens tekortkoming franchiseovereenkomst

De rechtbank Rotterdam heeft in een vonnis van 9 november 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:8667 (Coffeeclub2015) geoordeeld over een geval waarbij de franchisegever de franchiseovereenkomst had ontbonden, omdat het niet lukte de overeengekomen standplaatsen te realiseren voor het exploiteren van de franchiseovereenkomst, omdat de benodigde vergunningen niet verleend werden. De franchisenemer zag dit echter als een vaststaande verplichting van de franchisenemer omdat juist de standplaatsvergunningen was de reden voor het aangaan van de franchiseovereenkomst. De franchisegever had wel geprobeerd om dit te bereiken, maar slaagde hier niet in. De franchisegever verweerde zich met de stelling dat er sprake was van een inspanningsverbintenis. De franchiseovereenkomst bepaalde echter dat de franchisegever twee standplaatsen “zal” realiseren. De normale betekenis van de hier gebruikte bewoordingen – met name het imperatieve “zal” – wijst op het bestaan van een resultaatsverbintenis, aldus de rechtbank.

In de franchiseovereenkomst is opgenomen dat de partij die de franchiseovereenkomst niet nakomt, verplicht is een boete te betalen. De franchisegever had het overeengekomen resultaat niet bereikt en werd door de franchisenemer aangesproken op de boeteverplichting. Die boete was inmiddels opgelopen tot € 44.750,-. De franchisegever wordt veroordeeld om de gehele boete te betalen omdat er ook geen geldige reden voor matig is aangevoerd door de franchisegever.

Van de franchisegever wordt verder gevorderd de schade te vergoeden die de franchisenemer in de vorm van de gederfde brutomarge. De rechtbank oordeelt dat op de brutomarge ook andere kosten in mindering gebracht moeten worden, zoals autokosten en kosten van de accountant Verder valt nog te denken aan de kosten van koffiemachines, koffiekarren etc. De franchisegever wordt veroordeeld om schadevergoeding te betalen, op te maken bij staat.

Uit deze uitspraak blijkt weer eens de noodzaak om bij het opstellen van een franchiseovereenkomst goed acht te slaan op de betekenis van hetgeen er nu afgesproken wordt.

Mr. A.W. Dolphijn – Franchiseadvocaat

Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies.

Wilt u reageren? Ga naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten

Aanprijzingen door de franchisegever in algemene bewoordingen zijn toegestaan – d.d. 6 maart 2020 – mr. A. W. Dolphijn

De grens tussen enerzijds aanprijzingen in algemene bewoordingen en anderzijds verwijtbare misleiding en een verkeerde voorstelling van zaken, blijft een lastige kwestie.

Door Alex Dolphijn|06-03-2020|Categorieën: Uitspraken & actualiteiten|Label: , , , , |

Artikel De Nationale Franchise Gids – Knowhow doorslaggevend voor toepassingsbereik Wet franchise – d.d. 5 maart 2020 – mr. R.C.W.L. Albers

Het zal weinigen in de branche ontgaan zijn dat op 10 februari jl. het wetsvoorstel van de Wet Franchise is ingediend bij de Tweede Kamer.

Incassofraude levert franchisegever 4 jaar gevangenisstraf en een boete van € 7 miljoen op – d.d. 25 februari 2020 – mr. J.A.J. Devilee

In een zeer exceptionele strafrechtelijke kwestie heeft het gerechtshof recent één van de directeuren van een (voormalig) franchisegever veroordeeld tot een gevangenisstraf en een boete.

Door mr. J.A.J. Devilee|28-02-2020|Categorieën: Uitspraken & actualiteiten|

Artikel De Nationale Franchise Gids – Failliet doordat franchisegever verkoop franchiseonderneming weigerde – d.d. 28 januari 2020 – mr. A.W. Dolphijn

Kan een franchisegever de verkoop van een franchiseonderneming aan een kandidaat-koper weigeren, ook als dit een laatste financiële strohalm voor de franchisenemer is?

Ga naar de bovenkant