De goodwillregeling van de Wet franchise, Contracteren, december 2025

In het vooraanstaande juridisch wetenschappelijk tijdschrift “Contracteren” is een artikel gepubliceerd van mr. Alex Dolphijn van Ludwig & Van Dam Advocaten met als titel: “De goodwillregeling van de Wet franchise”.

In de bijdrage wordt ingegaan op de goodwillregeling van artikel 7:920 lid 1 BW, die beoogt franchisenemers te beschermen bij het einde van de franchiseovereenkomst, aangezien zij vaak de zwakkere partij zijn. De wet schrijft voor dat in de franchiseovereenkomst een regeling wordt opgenomen over het bestaan, de omvang en de toerekening van goodwill aan de franchisenemer. Hoewel dit geen automatisch recht op vergoeding creëert, kan de franchisenemer bij aantoonbare goodwill aanspraak maken op een redelijke vergoeding. Onzekerheid blijft bestaan over de uitleg van begrippen zoals ‘overname’ en de verhouding tot andere vergoedingsgronden, zoals ongerechtvaardigde verrijking of wanprestatie, waardoor de regeling complex en mogelijk ongunstig uitpakt voor franchisenemers.

mr. A.W. Dolphijn
Ludwig & Van Dam advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Mail dan naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten

Franchisenemer mag assortiment vreemd inkopen na verplichte formulewijziging – 6 juni 2019 – mr. J.A.J. Devilee

De rechtbank Oost-Brabant heeft zich onlangs in kort geding gebogen over een belangwekkende kwestie waarin een franchisenemer geheel onvrijwillig een alternatieve formule opgedrongen heeft gekregen.

Door mr. J.A.J. Devilee|06-06-2019|Categorieën: Uitspraken & actualiteiten|

Arbitrage binnen franchise: een te hoge drempel? – mr. M. Munnik

Bij het aangaan van een overeenkomst is het voor partijen mogelijk – in afwijking van de wet - om een bevoegde rechter aan te wijzen. Dit geldt ook voor de franchiseovereenkomst. Van deze mogelijkheid

Beroep franchisenemer op dwaling wegens ondeugdelijke prognoses en gebrek aan ondersteuning verworpen – d.d. 25 april 2019 – mr. K. Bastiaans

Het Hof ’s-Hertogenbosch oordeelde (ECLI:NL:GHSHE:2019:697) over de vraag of het enkele feit dat prognoses niet zijn uitgekomen, de conclusie rechtvaardigt dat de franchisenemer tekort is gedaan...

Door mr. K. Bastiaans|25-04-2019|Categorieën: Franchise overeenkomsten, Prognose-problematiek, Uitspraken & actualiteiten|Label: , |
Ga naar de bovenkant