De zorgplicht van de franchisegever in extreme tijden
De huidige kredietcrisis slaat als een uitslaande brand om zich heen en kent reeds vele slachtoffers in alle lagen van de samenleving. Ook onder de franchisegevers en –nemers zijn de gevolgen van de crisis niet onopgemerkt gebleven en dreigt in sommige gevallen zelfs een faillissement, al dan niet formulebreed. In onderhavig betoog zal getracht worden om de vraag te beantwoorden wat een franchisenemer mag verwachten aan advies en bijstand van zijn franchisegever in dergelijke (extreme) omstandigheden.
Volgens de vaste rechtspraak in Nederland moet een franchisegever op grond van de franchiseovereenkomst in beginsel blijvend advies en bijstand aan de franchisenemer verlenen, zeker indien de door de franchisegever aan de franchisenemer gepresenteerde prognoses niet worden gehaald. Hoewel deze laatste zinsnede met name genoemd wordt ten aanzien van situaties waarbij de door de franchisegever verstrekte prognoses niet zijn gebaseerd op een grondig en zorgvuldig uitgevoerd markt- en vestigingsplaatsonderzoek, zou uit een taalkundige beoordeling van de jurisprudentie, alsmede de aard van de franchiseverhouding tussen franchisegever en franchisenemer, aangenomen kunnen worden dat deze zinsnede óók van toepassing is op situaties waarbij de prognoses wel deugdelijk blijken te zijn, doch dat de prognoses desalniettemin niet gehaald zijn door de franchisenemer, bijvoorbeeld omdat er een kredietcrisis woedt. Uiteindelijk dient er immers een situatie te ontstaan die recht doet aan de franchiseovereenkomst, te weten één waarbij zowel de franchisegever als de franchisenemer profijt hebben van de franchiseovereenkomst, ongeacht wat er verder aan de hand is.
Advies en bijstand dus. Maar de advies en bijstand die in normale situaties voldoende zullen zijn om tot een situatie te komen die recht doet aan de franchiseovereenkomst, zodat zowel de franchisegever als de franchisenemer daarvan profijt hebben, zullen niet voldoende zijn in extreme tijden, zoals de huidige kredietcrisis. Hoe uitvoerig moet de franchisenemer in dergelijke tijden geadviseerd en ondersteund te worden? In beginsel zou betoogd kunnen worden dat uit de bovengenoemde zorgplicht voortvloeit dat de franchisegever al het redelijke moet doen om tot die situatie te komen waarbij zowel franchisegever als de franchisenemer profijt hebben van de franchiseovereenkomst, zelfs als dit inhoudt dat er meer advies en bijstand door de franchisegever gegeven dient te worden dan in “normale” tijden.
Dit houdt dus niet in dat een franchisegever ‘koste wat het kost’ een franchisenemer dient te ondersteunen, indien het, objectief gezien, duidelijk is dat de onderneming van de franchisenemer niet meer levensvatbaar is. Zou de franchisegever dat wel doen, dan zou dit op gespannen voet kunnen komen te staan met een belangrijk element in de franchiserelatie tussen franchisegever en franchisenemer, te weten het zelfstandig ondernemerschap van de franchisenemer. Een franchisenemer drijft immers voor eigen rekening en risico een onderneming. Door buitensporige advies en bijstand vanuit de franchisegever zou het gevaar kunnen ontstaan dat er van het drijven van een onderneming voor eigen risico geen sprake meer is en dat het twijfelachtig is in hoeverre er nog wel sprake is van een franchiserelatie.
Kortom, in extreme tijden mag van een franchisegever verwacht worden dat zij meer advies en bijstand verleent aan de franchisenemer dan normaal, hoewel dit nooit ten koste mag gaan van de zelfstandigheid van de franchisenemer dan wel dat deze vermeerderde ondersteuning ten koste gaat van de franchisegever zelf. Het is aan partijen zelf om daar een zuivere balans in te vinden.
Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten
Artikel De Nationale Franchise Gids: “Steeds meer bescherming tegen ronselen franchisenemers” – d.d. 2 april 2019 – mr. A.W. Dolphijn
Steeds vaker blijkt dat geronselde franchisenemers beschermd kunnen worden op basis van de Wet Acquisitiefraude.
De franchisenemersvereniging en de binding van franchisenemers – Contracteren 2019, nr. 1
Een bijdrage over veelvoorkomende bepalingen in franchiseovereenkomsten waarbij is bepaald dat een franchisenemer verplicht lid is van een franchisenemersvereniging.
Misleiding bij de werving van een franchisenemer?
Een uitspraak over de vraag of de franchisegever bij de werving van een franchisenemer een onjuiste voorstelling van zaken gegeven had.
Franchisegever aansprakelijk voor prognoses afkomstig van derde – d.d. 6 maart 2019 – mr. M. Munnik
Volgens vaste rechtspraak handelt een franchisegever onrechtmatig jegens haar franchisenemer wanneer een franchisegever zelfstandig op onzorgvuldige wijze onderzoek uitvoert en als gevolg daarvan...
De (hard) franchiseovereenkomst en zorgplicht gekwalificeerd – WPNR 7226 (2019)
Het kabinet is voornemens een wettelijke regeling over franchising in het Burgerlijk Wetboek op te nemen ter bescherming van de zwakke positie van de franchisenemer.
Gemeente moet tijdelijke Albert Heijn toestaan
De rechtbank Noord-Holland heeft op 7 februari 2019 geoordeeld over de vraag of de gemeente een tijdelijke Albert Heijn diende toe te staan





