Formulewijziging niet gerechtvaardigd- d.d. 23 oktober 2018 – mr. A.W. Dolphijn
De voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Holland heeft op 12 oktober 2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:8884, nogmaals geoordeeld over de kwestie waarbij Intertoys de winkels van Bart Smit wenst om te bouwen tot Intertoys-winkels, binnen het exclusieve verzorgingsgebied van een Intertoys-franchisenemer. Zie hier voor de bespreking van de vergelijkbare uitspraken van 30 januari 2017 en 24 maart 2017. Centraal staat het in de franchiseovereenkomst vastgelegde exclusieve verzorgingsgebied van een bestaande Intertoys-franchisenemer en het verbod van de franchisegever om daarbinnen andere Intertoys-vestigingen toe te staan. Daaronder valt naar het oordeel van de voorzieningenrechter ook het verbod tot het ombouwen van een daarbinnen gevestigde Bart Smit-winkel tot een Intertoys-winkel.
De voorzieningenrechter acht het denkbaar dat de redelijkheid en billijkheid in een franchiseverhouding met zich brengen dat een franchisenemer zich heeft te voegen naar een besluit van de franchisegever tot een wijziging van de franchiseformule als hier aan de orde. Dat klemt volgens Intertoys temeer omdat het overgrote deel van de franchisenemers het belang en de noodzaak van de handelwijze van Intertoys en Bart Smit inziet en deze steunt. Ook de franchisenemers die exploiteren in een overlapgebied. Met bijna ieder van hen heeft Intertoys een maatwerkoplossing bereikt. Van de 23 zijn er 5 nog niet geregeld of schriftelijk vastgelegd.
Voor de verplichting van een franchisenemer om zich te moeten voegen naar een besluit van de franchisegever tot een wijziging van de franchiseformule is volgens de voorzieningenrechter echter minimaal vereist dat dit de uitkomst is een door de franchisegever – behoorlijk – ingericht en gevoerd collectief proces van consultatie en besluitvorming door/met alle betrokken franchisenemers. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het in casu gevolgde proces niet aan deze voorwaarden voldoet. Intertoys heeft er namelijk voor gekozen in bilaterale onderhandelingen met iedere afzonderlijke franchisenemer maatwerkoplossingen te bereiken. Onder die omstandigheden kan Intertoys wel verlangen dat ook de franchisenemer in kwestie via onderhandelingen tot een redelijke oplossingen komt. Echter, Intertoys kan de aanspraken uit hoofde van de franchiseovereenkomst niet ontzeggen, zeker niet zolang niet vast staat dat van een redelijke opstelling van de franchisenemers in de onderhandelingen geen sprake is.
De wens van een franchisegever tot wijziging van de franchiseovereenkomst zal lang niet altijd slagen. Ik schreef hierover in het tijdschrift Contracteren, welk artikel ook te downloaden is.
Mr. A.W. Dolphijn – franchiseadvocaat
Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Ga naar dolphijn@ludwigvandam.nl
Andere berichten
Kernverplichtingen in de franchiserelatie III
Dit is het derde en laatste artikel in een korte serie inzake enige kernverplichtingen in de relatie tussen franchisegever en franchisenemer en de aanpak daarvan.
Kernverplichtingen in de franchiserelatie II
Dit is het tweede artikel in een korte serie inzake enige kernverplichtingen in de relatie tussen franchisegever en franchisenemer en de aanpak daarvan.
Kernverplichtingen in de franchiserelatie
Dit is het eerste artikel in een korte serie inzake enige kernverplichtingen in de relatie tussen franchisegever en franchisenemer en de aanpak daarvan.
Franchise Recht
Franchise Recht
Gebruik van telefoon- en faxnummers na afloop van de
In de meeste franchise-overeenkomsten is bepaald dat na beëindiging van de franchise-overeenkomst de voormalige franchisenemer zich aan een concurrentiebeding dient te houden.
Gebondenheid aan non-concurrentiebeding na afloop van de
In verreweg de meeste franchise-overeenkomsten is een zogenaamd post-contractueel non-concurrentiebeding (in het vervolg kortheidshalve te noemen: “non-concurrentiebeding”) opgenomen.
