Franchisenemers: sluit geen arbitrageclausules maar wel een rechtsbijstandsverzekering

Bij conflicten tussen franchisegever en franchisenemer komt het nogal eens voor dat partijen niet met gelijke wapens strijden. Dit kan onder meer gelegen zijn in het feit dat de franchise-overeenkomst een arbitraal beding bevat. Arbiters dienen door partijen te worden bekostigd. De kosten van een dergelijke procedure kunnen alleen daardoor bijzonder hoog uitpakken. In de praktijk brengt dit meer dan eens met zich mee dat de franchisenemer niet in staat is te procederen tegen de franchisegever, die doorgaans wat beter in staat is om arbiters te financieren. Gevolg: de franchisenemer heeft geen mogelijkheden om een arbitrale procedure te starten of zich soms zelfs maar te verweren. Arbitrale bedingen in franchise-overeenkomsten brengen dus rechtsongelijkheid met zich mee. Van equality of arms, een van de uitgangspunten in een beschaafde rechtstaat, is alsdan geen sprake.

Daarnaast is het voor een franchisenemer meer dan eens problematisch zich van rechtshulp te verzekeren, wanneer deze geïndiceerd is. Indien de franchisenemer een advocaat in de arm dient te nemen, valt het lang niet altijd mee deze dienstverlener te betalen. Dit probleem kan worden ondervangen wanneer de franchisenemer zich bij het aangaan van de franchise-overeenkomst verzekert van rechtsbijstand door middel van het sluiten van een rechtsbijstandsverzekering. Op die wijze wordt voorkomen dat reeds op financiële gronden de franchisenemer zich niet kan voorzien van adequate rechtshulp.

Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten

Franchisenemer mag assortiment vreemd inkopen na verplichte formulewijziging – 6 juni 2019 – mr. J.A.J. Devilee

De rechtbank Oost-Brabant heeft zich onlangs in kort geding gebogen over een belangwekkende kwestie waarin een franchisenemer geheel onvrijwillig een alternatieve formule opgedrongen heeft gekregen.

Door mr. J.A.J. Devilee|06-06-2019|Categorieën: Uitspraken & actualiteiten|

Arbitrage binnen franchise: een te hoge drempel? – mr. M. Munnik

Bij het aangaan van een overeenkomst is het voor partijen mogelijk – in afwijking van de wet - om een bevoegde rechter aan te wijzen. Dit geldt ook voor de franchiseovereenkomst. Van deze mogelijkheid

Beroep franchisenemer op dwaling wegens ondeugdelijke prognoses en gebrek aan ondersteuning verworpen – d.d. 25 april 2019 – mr. K. Bastiaans

Het Hof ’s-Hertogenbosch oordeelde (ECLI:NL:GHSHE:2019:697) over de vraag of het enkele feit dat prognoses niet zijn uitgekomen, de conclusie rechtvaardigt dat de franchisenemer tekort is gedaan...

Door mr. K. Bastiaans|25-04-2019|Categorieën: Franchise overeenkomsten, Prognose-problematiek, Uitspraken & actualiteiten|Label: , |
Ga naar de bovenkant