Franchiseovereenkomst vernietigd wegens schending standstill-periode

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 25 juni 2025 een belangrijk vonnis gewezen (ECLI:NL:RBMNE:2025:2969) dat grote gevolgen kan hebben voor de franchisepraktijk. Het vonnis laat opnieuw zien dat de standstill-periode uit de Wet franchise strikt wordt gehandhaafd – en dat het niet naleven daarvan kan leiden tot vernietiging van de hele franchiseovereenkomst.

De zaak

Een ondernemer sloot in 2023 een franchiseovereenkomst om een vestiging te openen in Tanger (Marokko). Hij betaalde alvast ruim € 21.000 als deel van de instapvergoeding. Kort daarna liep de samenwerking stuk. De franchisenemer stelde dat de franchisegever voorafgaand aan het sluiten van het contract niet alle wettelijk verplichte informatie had verstrekt. Sterker nog: tijdens de zitting erkende de franchisegever dat zij bewust bepaalde stukken, zoals financiële informatie en het handboek met werkwijzen, had achtergehouden totdat de franchisenemer de volledige instapfee zou hebben voldaan.

Wat zegt de wet?

Op grond van artikel 7:914 BW geldt een standstill-periode van minimaal vier weken. In die periode moet de franchisegever alle informatie verstrekken die nodig is om een weloverwogen beslissing te nemen. Het gaat onder meer om:

  • het ontwerp van de franchiseovereenkomst en bijlagen;

  • de hoogte van de instap- en doorlopende vergoedingen;

  • de investeringen die de franchisenemer moet doen;

  • de financiële positie van de franchisegever;

  • financiële gegevens van ten minste één vergelijkbare vestiging.

Deze verplichting rust volledig op de franchisegever, ongeacht of de franchisenemer er expliciet om vraagt.

Het oordeel van de rechtbank

De rechter was duidelijk: door cruciale informatie niet te delen en zelfs achter te houden, heeft de franchisegever de wet geschonden. De franchisenemer kon de franchiseovereenkomst daarom rechtsgeldig vernietigen. De gevolgen zijn fors:

  • de instapvergoeding van € 21.250 moet volledig worden terugbetaald;

  • de vorderingen van de franchisegever in reconventie (o.a. schadevergoeding) zijn afgewezen;

  • de vernietiging werkt met terugwerkende kracht: juridisch gezien heeft de overeenkomst dus nooit bestaan.

Belang voor de praktijk

Deze uitspraak bevestigt hoe belangrijk het is dat franchisegevers hun informatieplicht serieus nemen. Een slordige of strategisch “ingehouden” informatievoorziening kan de hele overeenkomst onderuit halen, met aanzienlijke financiële gevolgen. Voor franchisenemers biedt dit vonnis juist bescherming: zij staan sterker wanneer blijkt dat niet aan de standstill-verplichtingen is voldaan.

Tot slot

De Wet franchise legt hoge eisen op aan transparantie en zorgvuldigheid in de aanloop naar een contract. Deze uitspraak maakt duidelijk dat de rechter daar niet lichtzinnig over denkt. Voor franchisegevers betekent dit dat een zorgvuldig en volledig precontractueel traject onmisbaar is. Voor franchisenemers biedt dit arrest bevestiging dat zij niet met lege handen staan wanneer zij hun rechten inroepen.

mr. A.W. Dolphijn
Ludwig & Van Dam advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Mail dan naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten

Arbitragebeding in franchiseovereenkomst soms onhandig

De rechtbank Gelderland heeft op 20 juli 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:4868 een uitspraak gedaan over de geldigheid van een afspraak in een franchiseovereenkomst, waarbij geschillen beslecht zouden worden

Artikel in Entree: “Nieuwe eigenaar”

“De horecaonderneming waar ik werk is overgenomen. De nieuwe eigenaar zegt nu dat ik niet meer voor hem hoef te werken, maar kan hij mij als werknemer weigeren?”

Bestuurdersaansprakelijkheid bij afwikkeling franchiseovereenkomst

Kan in privé de bestuurder van een franchisenemer-rechtspersoon aansprakelijk zijn jegens de franchisegever, indien de franchisenemer-rechtspersoon ten onrechte zaken niet aan de franchisegever

Ga naar de bovenkant