Geen onbeperkt inzagerecht voor franchisenemer

Door Gepubliceerd Op: 22-09-2025Categorieën: Uitspraken & actualiteiten

De rechtbank Rotterdam heeft op 17 september 2025 uitspraak gedaan in een incident tussen een franchisenemer en haar franchisegever (ECLI:NL:RBROT:2025:11065). De franchisenemer stelde dat de franchiseovereenkomst onder invloed van dwaling tot stand was gekomen, omdat de franchisegever zijn precontractuele informatieplicht (art. 7:913 BW) en de standstill-verplichting (art. 7:914 BW) zou hebben geschonden.

De franchisenemer vorderde daarom inzage in onder meer vestigingsplaatsonderzoeken of -analyses (VPA’s) van andere franchisenemers, en correspondentie met adviseurs en verhuurders.

Op grond van art. 194 en 195 Rv kan de rechter een partij verplichten stukken te overleggen, maar alleen als de verzoeker een voldoende belang heeft, de gevraagde gegevens relevant zijn voor de rechtsbetrekking en voldoende concreet zijn omschreven. Ook moet aannemelijk zijn dat de wederpartij de gegevens daadwerkelijk bezit, terwijl inzage kan worden geweigerd bij een verschoningsrecht of gewichtige redenen (zoals bedrijfsgevoelige informatie).

De rechtbank oordeelde dat de franchisenemer haar vermoedens onvoldoende had onderbouwd en dat het verzoek neerkwam op een fishing expedition. Daarbij woog mee dat VPA’s locatie-specifiek zijn en onder geheimhouding vallen, en dat de gevraagde correspondentie ook niet onder de informatieplichten van de Wet franchise valt. De vorderingen werden afgewezen.

De Wet franchise versterkt weliswaar de positie van franchisenemers, maar wie inzage wil op grond van art. 194/195 Rv moet zijn verzoek heel concreet en aannemelijk maken.

De rechtbank Rotterdam heeft op 17 september 2025 uitspraak gedaan in een incident tussen een franchisenemer en haar franchisegever (ECLI:NL:RBROT:2025:11065). De franchisenemer stelde dat de franchiseovereenkomst onder invloed van dwaling tot stand was gekomen, omdat de franchisegever zijn precontractuele informatieplicht (art. 7:913 BW) en de standstill-verplichting (art. 7:914 BW) zou hebben geschonden.

De franchisenemer vorderde daarom inzage in onder meer vestigingsplaatsonderzoeken of -analyses (VPA’s) van andere franchisenemers, en correspondentie met adviseurs en verhuurders.

Op grond van art. 194 en 195 Rv kan de rechter een partij verplichten stukken te overleggen, maar alleen als de verzoeker een voldoende belang heeft, de gevraagde gegevens relevant zijn voor de rechtsbetrekking en voldoende concreet zijn omschreven. Ook moet aannemelijk zijn dat de wederpartij de gegevens daadwerkelijk bezit, terwijl inzage kan worden geweigerd bij een verschoningsrecht of gewichtige redenen (zoals bedrijfsgevoelige informatie).

De rechtbank oordeelde dat de franchisenemer haar vermoedens onvoldoende had onderbouwd en dat het verzoek neerkwam op een fishing expedition. Daarbij woog mee dat VPA’s locatie-specifiek zijn en onder geheimhouding vallen, en dat de gevraagde correspondentie ook niet onder de informatieplichten van de Wet franchise valt. De vorderingen werden afgewezen.

De Wet franchise versterkt weliswaar de positie van franchisenemers, maar wie inzage wil op grond van art. 194/195 Rv moet zijn verzoek heel concreet en aannemelijk maken.

mr. A.W. Dolphijn
Ludwig & Van Dam advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Mail dan naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten

De verkoop van tabak bij supermarkten wordt in 2024 verboden. Wat zijn de beperkingen en kansen voor het supermarktbedrijf? – mr. C. Damen – d.d. 8 december 2020

Om stoppen met roken te bevorderen en beginnen te ontmoedigen wordt de verkoop van tabak bij supermarkten in 2024 verboden.

Door mr. C. Damen|08-12-2020|Categorieën: Uitspraken & actualiteiten|

Wet franchise definitief in werking per 1 januari 2021 – mr. A.W. Dolphijn – d.d. 3 december 2020

De Wet franchise was al op 1 juli 2020 vastgesteld, maar bij Koninklijk Besluit is nu ook vastgesteld dat de Wet franchise per 1 januari 2021 in werking treedt.

Door Alex Dolphijn|03-12-2020|Categorieën: Uitspraken & actualiteiten|

Artikel De Nationale Franchise Gids: “Afwikkelingsproblemen bij franchisenemer die een vennootschap onder firma is” – mr. J.A.J. Devilee – d.d. 30 november 2020

In een recent geschil stonden twee ex-echtelieden tegenover elkaar in een hoger beroepsprocedure omtrent de vraag of de ex-vrouw dwangsommen heeft verbeurd jegens de besloten vennootschap.

Door mr. J.A.J. Devilee|30-11-2020|Categorieën: Uitspraken & actualiteiten|

Artikel Franchise+ – “Inlenersaansprakelijkheid in franchiseverband, hoe zit dat precies?” – mr. K. Bastiaans – d.d. 24 november 2020

Het verschijnsel inlenersaansprakelijkheid heeft tot gevolg dat een derde onder voorwaarden aansprakelijk kan worden gesteld voor de schulden van een ander.

Door mr. K. Bastiaans|24-11-2020|Categorieën: Uitspraken & actualiteiten|
Ga naar de bovenkant