Haastige spoed is zelden goed

Bij het aangaan van een franchiseovereenkomst worden vaak ook andere overeenkomsten besproken. De wet verplicht de franchisegever om ten minste vier weken vóór het sluiten van de franchiseovereenkomst alle relevante informatie te verstrekken. Dit wordt de “stand-still regeling” genoemd. Hierbij kan gedacht worden aan de te sluiten contracten met derden, zoals een aannemer in verband met de inrichting van de winkel. In de praktijk blijkt naleving hiervan niet altijd eenvoudig.

Bestellingen vallen ook stand-still regeling
Bestellingen die door de franchisenemer via de franchisegever worden gedaan, vallen onder de stand-still regeling. Het wordt ingewikkelder als een externe partij, zoals een aannemer, werkzaamheden uitvoert. In dat geval moet een aparte aanneemovereenkomst worden gesloten. De aannemer kan echter beweren dat hij niets met de franchiseovereenkomst te maken heeft en zich niet aan de stand-still periode hoeft te houden.

Kijk uit met betalingen of investeringen
Tijdens de vier weken voorafgaand aan het sluiten van de franchiseovereenkomst mag de franchisegever geen betalingen of investeringen aanmoedigen die verband houden met de overeenkomst. Het komt regelmatig voor dat de levering van materialen, zoals inventaris, vertraagd zijn. Het kan dan verstandig zijn om bestellingen tijdig te doen om het risico op vertraagde levering zo veel mogelijk te beperken. Dit geldt ook voor situaties waarin de franchisegever voorstelt om alvast bestellingen te plaatsen bij bijvoorbeeld een aannemer voor het uitvoeren van diensten.

Hoewel het verstandig kan lijken om bestellingen op tijd te doen, is de stand-still periode juist bedoeld als bedenktijd. Als de franchisegever de franchisenemer aanmoedigt om vóór het verstrijken van deze periode bestellingen te plaatsen, handelt hij waarschijnlijk in strijd met de wet. Dit kan ertoe leiden dat de franchisenemer de franchiseovereenkomst onder bepaalde omstandigheden kan vernietigen.

Zorgvuldig naleven van de stand-still
De stand-still regeling speelt dus een cruciale rol bij het aangaan van franchiseovereenkomsten. Het dient er voor de franchisenemer de ruimte te geven om goed na te denken, zonder financiële druk. Pogingen om de stand-still periode te omzeilen, zoals het plaatsen van “voorafgaande” bestellingen, kunnen juridische gevolgen hebben en de franchiseovereenkomst ongeldig maken. Zorgvuldigheid en naleving van de regels zijn essentieel om problemen te voorkomen.

mr. A.W. Dolphijn
Ludwig & Van Dam advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Mail dan naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten

Overeenkomsten die samenhangen met de franchiseovereenkomst

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 31 oktober 2017 voor negentien franchisenemers gelijkluidende arresten gewezen (ECLI:NL:GHARL:2017:9453 t/m ECLI:NL:GHARL:2017:9472).

Column Franchise+ – mr. J. Sterk – “Franchisenemer doet bodycheck beter dan franchisecheck”

Een sportschool gaat in zee met een franchiseconcept dat in samenwerking met zorgverzekeraars “Bodychecks” en kortingen aanbiedt aan (potentiële) leden.

Seminar mrs. J. Sterk en M. Munnik – Donderdag 2 november 2017: “Belangrijke juridische ontwikkelingen voor franchisegevers”

Advocaten Jeroen Sterk en Maaike Munnik van Ludwig & Van Dam Advocaten praten u bij over de status van en de ontwikkelingen rondom De Nederlandse Franchise Code en de Wet Acquisitiefraude.

Door Jeroen Sterk|02-11-2017|Categorieën: Franchise overeenkomsten, Prognose-problematiek, Uitspraken & actualiteiten|Label: , |

Goodwill bij einde franchiseovereenkomst

In een kwestie bij het gerechtshof Amsterdam 26 september 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:3900 (Seal & Go) vorderde een franchisenemer een vergoeding van goodwill (ex artikel 7:308 BW) nadat de

Doorbelasting te hoge kostprijs als verborgen franchise fee

Uit een tussenvonnis van de rechtbank Den Haag van 30 augustus 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:10597 (Happy Nurse) blijkt dat de rechtbank zich gebogen heeft over de vraag of de door de franchisegever aan de

Ga naar de bovenkant