Herinvestering / restyling binnen een bestaand franchiseconcept.
In de praktijk zien we de laatste tijd meer en meer ontwikkelingen die wijzen op een ombouw/restyling van de franchise-organisatie, waartoe de franchisenemer dient te herinvesteren.
Van belang in een dergelijke situatie is de vraag of de bestaande franchise-overeenkomst de mogelijkheid biedt om een dergelijke ombouw/restyling van de gehele franchise-organisatie te realiseren?
Indien in de bestaande franchise-overeenkomst een bepaling is opgenomen waaruit, kort gezegd, volgt dat de franchisenemer op verzoek van de franchisegever verplicht kan worden medewerking te verlenen aan een “collectieve ombouw/restyling” van de organisatie, dan kan de franchisenemer hier (in principe) ook aan gehouden worden. Van belang hierbij is wie de kosten wordt geacht te dragen voor de ombouw/restyling.
Indien de franchisenemer wordt geacht hier een flinke duit in het zakje te doen dan is het van belang dat de franchisegever bij voorkeur zorgdraagt voor prognoses die zijn afgestemd op de nieuwe situatie, teneinde de gevolgen van de ombouw mee te kunnen wegen. Dit klemt te meer nu deze situatie vergeleken kan worden met de situatie van de zogenaamde pré-contractuele fase. Immers, ook in de situatie van een grote ombouw van de organisatie geldt dat de franchisegever de door de franchisenemers te plegen investeringen met de nodige zorgverplichtingen dient te omkleden.
Indien een herinvestering van beperkte aard is dan kan een prognose wellicht achterwege blijven alhoewel ook in een dergelijke situatie geldt dat een franchisegever zich dient af te vragen in hoeverre de herinvestering een negatief effect heeft op de organisatie van de franchisenemer. Indien het een aanzienlijke investering is dient de franchisegever, zoals hierboven reeds gesteld, zich de vraag te stellen of de investering ook daadwerkelijk tot omzetverbetering leidt dan wel een omzetverlies wordt voorkomen. Daarnaast dient de gevraagde investering verantwoordt te zijn in relatie tot het bedrijfsresultaat van de betrokken franchisenemers. Kortom een en ander dient met de nodige omzichtigheid en beleid plaats te vinden. In één van de volgende artikelen zal hier nog nader op in worden gegaan.
Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten
Zorgplicht bank bij franchiseovereenkomsten
Het gerechtshof Den Haag heeft op 23 mei 2017, EQLI:NL:GHDHA:2017:1368, zich moeten uitlaten over de vraag of de bank een aspirant-franchisenemer had moeten waarschuwen, in verband met het
Artikel in Entree: “Op staande voet”
“Kan ik een werknemer op staande voet ontslaan als hij iets onbenulligs steelt, bijvoorbeeld etenswaren die over de houdbaarheidsdatum heen zijn?”
Arbitragebeding in franchiseovereenkomst soms onhandig
De rechtbank Gelderland heeft op 20 juli 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:4868 een uitspraak gedaan over de geldigheid van een afspraak in een franchiseovereenkomst, waarbij geschillen beslecht zouden worden
Supermarktbrief – 18
Kan een ondernemer verplicht worden een andere supermarktformule te gaan exploiteren?
Artikel in Entree: “Nieuwe eigenaar”
“De horecaonderneming waar ik werk is overgenomen. De nieuwe eigenaar zegt nu dat ik niet meer voor hem hoef te werken, maar kan hij mij als werknemer weigeren?”
Bestuurdersaansprakelijkheid bij afwikkeling franchiseovereenkomst
Kan in privé de bestuurder van een franchisenemer-rechtspersoon aansprakelijk zijn jegens de franchisegever, indien de franchisenemer-rechtspersoon ten onrechte zaken niet aan de franchisegever





