Onredelijke vergoeding bij einde franchiseovereenkomst – d.d. 17 september 2019 – mr. A.W. Dolphijn
In sommige franchiseovereenkomsten is bedongen dat de franchisenemer bij beëindiging van de franchiseovereenkomst altijd minimaal een bepaald bedrag aan kosten verschuldigd is aan de franchisegever. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 20 augustus 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:6745, bepaald dat in het voorgehouden geval dergelijke kosten onredelijk bezwarend zijn. De vertrekkende franchisenemer hoefde deze dus niet te betalen.
De franchiseovereenkomst verplichtte de franchisenemer om bij beëindiging van de franchiseovereenkomst altijd minimaal € 5.400,- aan back-officekosten te betalen. Franchisenemer heeft de vernietiging van deze bepaling ingeroepen, omdat het als algemene voorwaarden beschouwd kan worden en het onredelijk bezwarend zou zijn (zie artikel 6:233, aanhef en onder a BW). De franchisenemer had aangevoerd dat het back-officesysteem niet functioneerde en dat de hoogte van de betreffende kosten niet in verhouding zijn tot de daar tegenoverstaande werkelijke kosten. De franchisegever had dit niet weersproken. Het is daarom dat het gerechtshof aanneemt dat deze kosten voor de franchisenemer bij beëindiging van de franchiseovereenkomst inderdaad onredelijk bezwarend zijn, zodat het beding terecht is vernietigd en het bedrag op die grond niet verschuldigd is.
Niet onvoorstelbaar is dat, als de franchisegever zich wel inhoudelijk verzet had tegen de onredelijke bezwaardheid, het hof eveneens tot hetzelfde oordeel gekomen zou zijn.
Mr. A.W. Dolphijn – franchiseadvocaat
Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies. Wilt u reageren?
Ga naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Column Franchise+ – mr. Th.R. Ludwig: “Leveringsstop door franchisegever wederom niet toegestaan”
Opnieuw heeft de president in kort geding zich uitgelaten over de vraag of een leveringsstop van een franchisegever jegens de franchisenemer was toegestaan, waarbij de franchisenemer een forse
De bedrijfsleider (werknemer) die franchisenemer wordt – fictieve dienstbetrekking?
Op 14 december 2016 heeft de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland, ECLI:NL:RBNHO:2016:11031 (Werkneemster/Espresso Lounge) zich gebogen over de situatie waarbij een werkneemster een
De Hoge Raad stelt zware eisen aan franchiseprognoses
Een uitspraak van de Hoge Raad van vrijdag jl. werpt nieuw ligt op het verstrekken van winst- en omzetprognoses aan aspirant-franchisenemers.
Inbreuk op exclusief verzorgingsgebied door franchisegever in verband met formulewijziging d.d. 27 februari 2017
Op 30 januari 2017 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Holland, ECLI:NL:RBNHO:2017:688 (Intertoys/franchisenemer) de vraag voorgelegd gekregen hoe omgegaan moet worden met het
Prognoses bij startup franchiseformule
Het gerechtshof Amsterdam oordeelde op 14 februari 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:455 (Tot Straks/franchisenemer) over de vraag of de franchisegever een ondeugdelijke prognose verschaft had en de
Verplicht overdragen franchiseonderneming aan franchisegever?
De rechtbank Amsterdam heeft op 23 januari 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:412 (CoffeeCompany/Dam Spirit B.V.) een vonnis gewezen over de vraag of een franchisenemer bij een beëindiging van de samenwerking




