Ontbinding wegens afwijking adviesprijzen: mededingingsrechtelijk ontoelaatbaar
Onlangs is een belangrijke uitspraak gedaan met betrekking tot sturing van marge en dito prijspolitiek.
Een fabrikant in matrassen ziet zich geconfronteerd met een dealer die op eigen initiatief 20% internetkortingen verstrekt op de consumentenadviesprijs van de matrassenfabrikant in kwestie.
Vervolgens heeft een groot aantal dealers direct na de lancering van de actie op deze website de matrassenfabrikant onder druk gezet om de handelwijze van de dealer in kwestie te doen beëindigen. De matrassenfabrikant heeft telkens het standpunt ingenomen dat het haar op zichzelf niet uitmaakt in welke omvang de dealers aan de consument kortingen geven, maar dat zij het zich niet kan veroorloven dat in de toekomst belangrijke dealers haar producten niet langer zouden willen verkopen omdat deze niet kunnen leven met de fikse kortingspraktijken van een andere dealer.
Aangezien de matrassenfabrikant om deze specifieke reden notabene de dealerovereenkomst zelfs opzegt, is er sprake van een extreem verregaande sanctie op het niet naleven van de consumentenadviesprijzen. Deze handelwijze is in strijd met het mededingingsrecht. Het komt er immers op neer dat de ondernemer die zich niet aan de adviesprijzen houdt, wordt buitengesloten op de meest verregaande wijze. Er vind immers geen discussie plaats of er al dan niet sprake is van indirecte zachte prikkeling om een bepaalde consumentenprijs te handhaven en/of deze gang van zaken al dan niet geheel gerechtvaardigd is. Nee, er volgt botweg beëindiging, nu juist specifiek om die reden en dat is mededingingsrechtelijk ontoelaatbaar.
Het is goed dat het gerechtshof deze gang van zaken heeft doorzien en de opzegging van de samenwerkingsrelatie vervolgens nietig heeft verklaard.
Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten
Artikel De Nationale Franchise Gids: “Afwikkelingsproblemen bij franchisenemer die een vennootschap onder firma is” – mr. J.A.J. Devilee – d.d. 30 november 2020
In een recent geschil stonden twee ex-echtelieden tegenover elkaar in een hoger beroepsprocedure omtrent de vraag of de ex-vrouw dwangsommen heeft verbeurd jegens de besloten vennootschap.
Artikel Franchise+ – “Inlenersaansprakelijkheid in franchiseverband, hoe zit dat precies?” – mr. K. Bastiaans – d.d. 24 november 2020
Het verschijnsel inlenersaansprakelijkheid heeft tot gevolg dat een derde onder voorwaarden aansprakelijk kan worden gesteld voor de schulden van een ander.
Franchisegever aansprakelijk voor fouten van een franchisenemer? – mr. A.W. Dolphijn – d.d. 23 november 2020
Een franchiseorganisatie verzocht de rechtbank te verklaren dat de franchisgever niet aansprakelijk is als een franchisenemer een ernstige fout zou hebben gemaakt bij een klant.
De echte bedoelingen van partijen bij een franchiseovereenkomst – mr. C. Damen – d.d. 23 november 2020
Wat is nu werkelijk het idee geweest van partijen toen zij een franchiseovereenkomst sloten?
Concurrentieverbod in de franchiseovereenkomst ontduiken – mr. A.W. Dolphijn – d.d. 10 november 2020
Een concurrentieverbod in een franchiseovereenkomst wordt door franchisenemers vaak als bezwaarlijk ervaren, temeer als het concurrentieverbod ook geldt na afloop van de franchiseovereenkomst.
Artikel Franchise+ – “Hoe kom ik van mijn schulden af: Ook voor franchisenemers en franchisegevers” – mr. A.W. Dolphijn – d.d. 20 oktober 2020
Ook voor franchisenemers en franchisegevers die in financieel zwaar weer verkeren, kan een reorganisatie noodzakelijk zijn om te kunnen blijven voortbestaan.



