Overname inventaris en goederen
Menig franchiseovereenkomst, in het bijzonder waar het detailhandelsituaties betreft, bevat één of meer clausules met betrekking tot teruggave en/of overname van goederen en inventaris bij beëindiging van de franchiseovereenkomst. Deze bedingen blijken nogal eens verschillend van aard te zijn. Sommige bedingen gaan uit van een geheel vrijblijvende positie van de franchisegever, zowel wat betreft de mogelijkheid om goederen en/of inventaris terug te nemen, als wel voor wat betreft de vaststelling van de prijzen met betrekking tot goederen en/of inventaris. Andere bedingen gaan weer uit van een verplichte teruggave, gekoppeld aan marktconforme prijzen voor goederen en inventaris. Tevens zijn er bedingen die de franchisegever verplichten goederen en inventaris terug te nemen tegen marktconforme prijzen voor wat betreft de goederen, na aftrek van incourante voorraad en de waarde van de inventaris na vermindering van de relevante afschrijving. De laatste bedingen haken het meest aan met in de praktijk doorgaans bestaande financiële verplichtingen van de franchisenemer jegens de bank. De franchisegever wordt in deze dan betrokken in relatie tot het relevante financieringsarrangement en komt conform een dergelijk arrangement vervolgens een dergelijke regeling overeen. Deze regeling hoeft niet persé in de franchiseovereenkomst te worden opgenomen, maar kan tevens door partijen geregeld zijn in onderliggende financieringsovereenkomsten. Niet ongebruikelijk is dat een dergelijke verplichting echter tevens is opgenomen in de franchiseovereenkomst. Het betreft immers een belangrijke verplichting van franchisegever en franchisenemer jegens elkaar.
Franchisegever en franchisenemer doen er verstandig aan vooraf zich goed te realiseren wat een eventueel terugkoopregeling in de praktijk betekent. Op deze wijze wordt voorkomen dat er eventuele open einde regelingen kunnen ontstaan, die de belangen van hetzij de franchisegever, hetzij de franchisenemer, hetzij beide, op het moment van inroeping onvoldoende blijken te waarborgen.
Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten
Mr. A.W. Dolphijn: Ondeugdelijke prognose van Albert Heijn aan exC1000 franchisenemer
Mr. A.W. Dolphijn: Ondeugdelijke prognose van Albert Heijn aan exC1000 franchisenemer
NFV cursus voor franchisenemers door mr. Th.R. Ludwig
NFV cursus voor franchisenemers door mr. Th.R. Ludwig
Ondeugdelijke prognose van Albert Heijn aan ex-C1000 franchisenemer
Op 3 december 2014 heeft de rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan over een geschil waarbij de advocaten van de sectie Supermarkten van Ludwig & Van Dam een ex C1000 ondernemer bijstonden
Supermarktbrief – 8
Ondeugdelijke prognose van Albert Heijn aan ex-C1000 franchisenemer
Spoedeisend belang in kort geding
Bij juridische geschillen bestaat de mogelijkheid om door middel van een kort geding de rechtbank te verzoeken voorlopige voorzieningen te treffen.
Opschorting fee door franchisenemer op zichzelf niet automatisch grond voor opschorting goederenleveranties door franchisegever
Recentelijk oordeelde de voorzieningenrechter te Assen dat een franchisegever ten onrechte de goederenleveranties had opgeschort.
