Schending informatieverplichting franchisegever bij herziening franchiseovereenkomst

De voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam heeft op 12 november 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:8931, in kort geding geoordeeld dat een postcontractueel non-concurrentiebeding en een relatiebeding uit een herziene franchiseovereenkomst voorlopig niet afdwingbaar zijn. De uitspraak bevestigt dat franchisegevers bij herziening van franchiseovereenkomsten de informatieverplichting jegens franchisenemers ten aanzien van wijzigingen die de rechtspositie van franchisenemers verzwaren, uiterst serieus moeten nemen.

Herziening franchiseovereenkomst: post concurrentie- en relatiebeding

Onder de oude franchiseovereenkomst gold geen postcontractueel non-concurrentieverbod. ASN Groep had haar franchiseovereenkomsten herzien, onder meer om deze in overeenstemming te brengen met de Wet franchise. In de nieuwe overeenkomst werd het non-concurrentiebeding uitgebreid tot één jaar na beëindiging van de franchiseovereenkomst. Daarnaast werd het relatiebeding aangescherpt: franchisenemers mochten na beëindiging geen zakelijke relaties meer onderhouden met (voormalige) relaties van ASN, ongeacht wie het initiatief nam.

Franchisenemers ondertekenden de nieuwe franchiseovereenkomst, maar zegden deze later op. ASN stelde zich vervolgens op het standpunt dat zij na beëindiging aan deze postcontractuele bedingen waren gebonden. De franchisenemers vorderden in kort geding schorsing van de bedingen.

Informatieplicht niet nageleefd: aanmerkelijke verslechtering van de rechtspositie
De herziene franchiseovereenkomst kwalificeert volgens de rechtbank als een wezenlijke verslechtering van de rechtspositie van franchisenemers.

Op grond van de Wet franchise moet een franchisegever franchisenemers tijdig en duidelijk informeren over wijzigingen met ingrijpende gevolgen voor hun bedrijfsvoering. ASN had de nieuwe franchiseovereenkomst besproken binnen de franchiseraad, maar dat achtte de rechtbank onvoldoende. Bij een wijziging van deze omvang mocht worden verwacht dat franchisenemers rechtstreeks en expliciet zouden worden geïnformeerd. Dat is niet gebeurd.

Relatiebeding niet ‘onmisbaar’
Het relatiebeding werd eveneens geschorst. Een dergelijk beding is alleen geldig indien het onmisbaar is ter bescherming van overgedragen knowhow (art. 7:920 lid 2 BW). ASN kon niet concreet maken welke beschermenswaardige knowhow dit vereiste, temeer nu onder de oude overeenkomst geen postcontractueel concurrentieverbod gold.

Conclusie
De rechtbank heeft de werking van zowel het non-concurrentiebeding als het relatiebeding geschorst totdat de bodemrechter over de geldigheid ervan heeft geoordeeld. Franchisenemers zijn daardoor voorlopig vrij om hun onderneming voort te zetten buiten het netwerk.

mr. A.W. Dolphijn
Ludwig & Van Dam advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Mail dan naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten

Franchisenemer mag assortiment vreemd inkopen na verplichte formulewijziging – 6 juni 2019 – mr. J.A.J. Devilee

De rechtbank Oost-Brabant heeft zich onlangs in kort geding gebogen over een belangwekkende kwestie waarin een franchisenemer geheel onvrijwillig een alternatieve formule opgedrongen heeft gekregen.

Door mr. J.A.J. Devilee|06-06-2019|Categorieën: Uitspraken & actualiteiten|

Arbitrage binnen franchise: een te hoge drempel? – mr. M. Munnik

Bij het aangaan van een overeenkomst is het voor partijen mogelijk – in afwijking van de wet - om een bevoegde rechter aan te wijzen. Dit geldt ook voor de franchiseovereenkomst. Van deze mogelijkheid

Beroep franchisenemer op dwaling wegens ondeugdelijke prognoses en gebrek aan ondersteuning verworpen – d.d. 25 april 2019 – mr. K. Bastiaans

Het Hof ’s-Hertogenbosch oordeelde (ECLI:NL:GHSHE:2019:697) over de vraag of het enkele feit dat prognoses niet zijn uitgekomen, de conclusie rechtvaardigt dat de franchisenemer tekort is gedaan...

Door mr. K. Bastiaans|25-04-2019|Categorieën: Franchise overeenkomsten, Prognose-problematiek, Uitspraken & actualiteiten|Label: , |
Ga naar de bovenkant