Stilzwijgende verlenging

In heel wat franchiseovereenkomsten staan regelingen die het einde en de eventuele voortzetting van de bestaande franchiseovereenkomst regelen. Nogal eens wordt in de franchiseovereenkomst opgenomen dat de overeenkomst stilzwijgend onder dezelfde voorwaarden wordt verlengd wanneer geen van partijen, franchisegever of franchisenemer, opzegt. Is een dergelijke regeling onder alle omstandigheden toelaatbaar?

Wanneer er sprake is van een onderhuursituatie waarbij de franchisenemer dus huurt van de franchisegever is dit in alle gevallen toelaatbaar zolang de onderhuurovereenkomst voortduurt én het marktaandeel van de betreffende franchiseorganisatie niet hoger is dan 30%. Let wel, dit marktaandeel kan behalve landelijk ook regionaal of lokaal het geval zijn.
Is er geen sprake van onderhuur dan is stilzwijgende verlenging nog steeds mogelijk zolang het marktaandeel van de franchiseorganisatie beneden de 15% ligt. Anders dan nog wel eens wordt gedacht is stilzwijgende verlenging van een franchiseovereenkomst in de praktijk dus veelal wel mogelijk. Wel zij hierbij aangetekend dat de regeling waarop de mogelijkheid tot stilzwijgende verlenging bij een marktaandeel lager dan 15% is gebaseerd in theorie opzij kan worden geschoven door de rechtbank of de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa). In een concreet praktijkgeval heeft de NMa echter geoordeeld dat de desbetreffende regeling volledig gerespecteerd diende te worden.

Bij verlenging van de franchiseovereenkomst is het dus echt niet in alle gevallen nodig een nieuwe overeenkomst te sluiten en dus persé met elkaar om de tafel te gaan zitten. Een eenvoudige clausule die stilzwijgende verlenging voor partijen goed regelt is vaak afdoende.

Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten

Artikel in Entree: “Nieuwe eigenaar”

“De horecaonderneming waar ik werk is overgenomen. De nieuwe eigenaar zegt nu dat ik niet meer voor hem hoef te werken, maar kan hij mij als werknemer weigeren?”

Bestuurdersaansprakelijkheid bij afwikkeling franchiseovereenkomst

Kan in privé de bestuurder van een franchisenemer-rechtspersoon aansprakelijk zijn jegens de franchisegever, indien de franchisenemer-rechtspersoon ten onrechte zaken niet aan de franchisegever

Artikel in Entree: “Huurprijzen”

“De verhuurder verhoogde jaarlijks de prijzen van het pand, maar sinds 2 jaar doet hij dit niet meer, misschien vergeet hij het wel. Mag hij een achterstallig bedrag later alsnog opeisen?”

Column Franchise + – mr. Th.R. Ludwig: “Op weg naar risicoaansprakelijkheid”

Onlangs heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een prognosekwestie.

Geen geldig beroep op non-concurrentiebeding bij franchising

De voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland heeft op 28 februari 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:1469, beslist over de vraag of een franchisenemer gehouden kon worden aan een non-concurrentiebeding.

Ga naar de bovenkant