Tussen de diagnose- en prognoseplicht van de franchisegever
In het toonaangevende juridisch wetenschappelijk tijdschrift WPNR schreef mr. Dolphijn een bijdrage waarin prognoses bij franchisegeschillen aan de orde komen.
Met de Wet franchise heeft de wetgever geen prognoseplicht willen introduceren, maar wel een verplichting om in de precontractuele fase bepaalde relevante beschikbare informatie te verschaffen aan de beoogd franchisenemer. De beoogd franchisenemer dient daartoe financiële informatie aan te leveren, welke de franchisegever dient te onderzoeken. Men zou kunnen spreken van een diagnoseplicht van de franchisegever. Dit dient onderscheiden te worden van een prognoseplicht, maar hoe groot is dit onderscheid.
Het artikel is genaamd “Tussen de diagnose- en prognoseplicht van de franchisegever” en gepubliceerd in WPNR 7341 (2021) d.d. 2 oktober 2021 op p. 729 t/m 741 en via de volgende link te bestellen bij de uitgever: https://wpnr-knb.sdu.nl/node/13635
Ludwig & Van Dam advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Mail dan naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Mr. A.W. Dolphijn: Ondeugdelijke prognose van Albert Heijn aan exC1000 franchisenemer
Mr. A.W. Dolphijn: Ondeugdelijke prognose van Albert Heijn aan exC1000 franchisenemer
NFV cursus voor franchisenemers door mr. Th.R. Ludwig
NFV cursus voor franchisenemers door mr. Th.R. Ludwig
Ondeugdelijke prognose van Albert Heijn aan ex-C1000 franchisenemer
Op 3 december 2014 heeft de rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan over een geschil waarbij de advocaten van de sectie Supermarkten van Ludwig & Van Dam een ex C1000 ondernemer bijstonden
Supermarktbrief – 8
Ondeugdelijke prognose van Albert Heijn aan ex-C1000 franchisenemer
Spoedeisend belang in kort geding
Bij juridische geschillen bestaat de mogelijkheid om door middel van een kort geding de rechtbank te verzoeken voorlopige voorzieningen te treffen.
Opschorting fee door franchisenemer op zichzelf niet automatisch grond voor opschorting goederenleveranties door franchisegever
Recentelijk oordeelde de voorzieningenrechter te Assen dat een franchisegever ten onrechte de goederenleveranties had opgeschort.
