Voordeel bij een onrechtmatige leveringsstop

Door Gepubliceerd Op: 11-10-2016Categorieën: Uitspraken & actualiteiten

Aan de Hoge Raad is een geschil voorgelegd waarbij een franchisegever een leveringsstop had doorgevoerd bij een franchisenemer.

Niet in geschil is dat de franchisenemer recht heeft op vergoeding van schade als de franchisegever ten onterechte een leveringsstop doorvoerde. Geldt dat recht op schadevergoeding ook als de franchisenemer dezelfde goederen via een andere leverancier toch heeft ingekocht?

-De rechtbank had de franchisegever veroordeeld tot vergoeding van een substantiële schade als gevolg van de onrechtmatige leveringsstop. Het gerechtshof Amsterdam 20 januari 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:137 oordeelde dat van die schade geen sprake was, omdat de franchisenemer een vervangende overeenkomst gesloten had op basis waarvan dezelfde goederen ingekocht werden door de franchisenemer. De franchisenemer was het daarmee niet eens en stelde cassatie in bij de Hoge Raad.

In zijn arrest HR 23 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2180 (Luxembourg/Habitat) wordt geoordeeld dat de vraag van feitelijke aard is en geen rechtsklacht. A-G Wissink had desalniettemin een interessante conclusie geschreven.

In de conclusie van A-G Wissink d.d. 17 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:903 wordt er op gewezen dat het gerechtshof terecht het voordeel van de vervangende overeenkomst betrokken had, omdat de vervangende overeenkomst de feitelijke situatie is waarin de franchisenemer na het tekortschieten van de franchisegever in is komen te verkeren. De Hoge Raad oordeelde eerder dat van voordeelstoerekening slechts sprake kan zijn als de schade en het voordeel uit “een zelfde gebeurtenis” voortvloeien. Zie HR 10 juli 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI3402 (Vos/TSN) en HR 29 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP4012 (Van der Heijden/Dexia).

Drie weken na deze conclusie van A-G Wissink wordt er in een geheel andere kwestie door de Hoge Raad geoordeeld dat voordeelstoerekening alleen mogelijk is als het voordeel opgekomen is, omdat er sprake was van een normschending door de wederpartij, en zulks redelijk is. Zie HR 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1483 (ABB/TenneT). Dat arrest lijkt aan te sluiten bij de conclusie van de A-G van 17 juni 2016.

Het argument dat de franchisegever wegkomt met haar wanpresteren, dankzij de vervangende overeenkomst die door inspanningen van de franchisenemer gesloten is, slaagt dus niet.

Mr. A.W. Dolphijn – Franchiseadvocaat

Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies.

Wilt u reageren? Ga naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten

Overgang van onderneming bij ‘preferred supplier’ van franchisenemers

Het gerechtshof Amsterdam heeft in kort geding op 13 juni 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:2144, geoordeeld over de vraag of werknemers van een door de franchisegever aangewezen ‘preferred supplier’ van de

Te late mededeling dat geen franchiseovereenkomst gesloten zal worden

Het gerechtshof Amsterdam-Leeuwarden heeft op 11 april 2017, EQLI:NL:GHARL:2017:3104 niet alleen de vraag beoordeeld of het afbreken van de onderhandelingen over een te sluiten franchiseovereenkomst

Tussentijds van je franchiseovereenkomst af?

Franchiseovereenkomsten worden meestal voor een langere duur gesloten. Hoe breek je nu een franchiseovereenkomst open?

HEMA in de clinch met franchisenemers over afspraken e-commerce

De rechtbank Amsterdam heeft op 18 juli 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:5098 een vonnis geveld in een bodemprocedure waarbij de franchisenemers grotendeels in het gelijk gesteld werden over e-commerce.

Ga naar de bovenkant