Non-concurrentiebeding
In franchise-overeenkomsten wordt meer dan eens een beding van non-concurrentie opgenomen met betrekking tot de periode nadat de franchise-overeenkomst is beëindigd. Veelal is die periode een jaar na contractsbeëindiging en dient de betrokken franchisenemer zich in die periode, kort gezegd, te onthouden van activiteiten die concurrerend zijn met de activiteiten van de franchise-organisatie. Zoals onder meer in deze rubriek aan de orde geweest, dienen dergelijke non-concurrentiebedingen aan diverse regels te voldoen. Zo dient het non-concurrentiebeding te passen in het mededingingrechtelijke regime waarin de franchise-organisatie zich, mede afhankelijk van haar marktaandeel, bevindt.
Voorts dient het non-concurrentiebeding de civielrechtelijke redelijkheidstoets te doorstaan. Elk van die onderwerpen kan diverse bijdragen als deze vullen. In deze bijdrage wordt onder de aandacht gebracht dat non-concurrentiebedingen te allen tijde uiterst zorgvuldig dienen te worden geformuleerd en dat bij het formuleren van een non-concurrentiebeding het de franchisegever evenzo nauwkeurig voor ogen dient te staan wat daarmee wordt beoogd, met name welke activiteiten nu precies gedurende de periode na contractsbeëindiging dienen te worden verboden. Recente rechtspraak leert weer eens dat de rechter een non-concurrentiebeding, overigens ontleend aan de arbeidsrechtelijke praktijk, uiterst restrictief interpreteert en het beding bij de beoordeling daarvan op grammaticale wijze ontleedt. Het volstaat in zijn algemeenheid dus niet om een non-concurrentiebeding “uit te leggen”, te handelen “in de geest” van het in het non-concurrentiebeding bepaalde of iets dergelijks. Wil een non-concurrentiebeding de beoogde werking hebben, dan zal daarin letterlijk grammaticaal en taalkundig dienen te zijn bepaald wat er met het beding wordt beoogd. Het is derhalve zaak u zich vooraf daarvan terdege van te vergewissen, om onaangename verrassingen achteraf te voorkomen.
Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten
Overschot in marketingfonds: kan de franchisenemer schadevergoeding eisen?
De Rechtbank Noord-Holland heeft op 23 september 2026 (ECLI:NL: RBNHO:2026:13072) ...
Geen verantwoording over marketingbijdrage: mag de franchisenemer betaling opschorten?
De Rechtbank Amsterdam heeft op 24 augustus 2026 een interessante ...
Cyberbeveiligingswet en franchise: wanneer wordt de franchisegever ICT-dienstverlener?
Sinds 15 augustus 2026 is de Cyberbeveiligingswet van kracht. De ...
Verlieslatende franchisevestiging: stoppen of toch door?
Een franchisevestiging draait financieel slecht. De franchisenemer wil stoppen, ...
Tussentijdse beëindiging franchise: niet alle resterende franchisefees zijn automatisch schade
Wat is de schade van een franchisegever wanneer een franchisenemer ...
Supermarktfranchise in Nederland en België: een verschil in bescherming
Jeroen Sterk schreef in APLSIA Magazine, het Franstalige Belgische vakmagazine ...





