Mededinging: de ‘ver van mijn bed-show’…?
Als het adagium ‘onbekend maakt ongeliefd’ ergens voor geldt, dan is dat voor een onderwerp als het mededingingsrecht en de bepalingen van de Mededingingswet. Door de associatie met het, voor de leek vaak ongrijpbare, Europees recht wordt het mededingingsrecht soms te snel afgedaan als onbelangrijk voor de dagelijks beslommeringen waarmee franchisegevers en –nemers te maken hebben. Het tegendeel is echter waar om redenen die kort zullen worden aangestipt.
In beginsel zal bijna iedere franchisegever – en nemer voor een vrije marktwerking zijn en geen bewuste handelingen willen verrichten die de Nederlandse markt op een negatieve manier beïnvloed. Het lijkt dan ook uitgesloten dat de het bovenstaande ooit een reëel probleem zal worden bij het franchisen; partijen zijn toch allen goedoplettende ondernemers die zich verre houden van onoorbare afspraken in donkere achterkamertjes? De praktijk leert echter dat er allerlei franchiseovereenkomsten bestaan die, gewild of ongewild, allerlei bedingen bevatten die in strijd zijn met het mededingingsrecht.
Hoewel de aard en omvang van dit artikel zich er niet voor leent om een uitvoerig overzicht te verschaffen van de diverse bedingen die nietig (kunnen) zijn, is het uiteraard wel aardig om enige concrete voorbeelden te noemen. Wat te denken, bijvoorbeeld, van bedingen in de franchiseovereenkomst, die voorschrijven dat de franchisenemers gehouden zijn om een bepaalde minimumprijs voor hun producten en/of diensten te voeren? Op gronden van uniformiteit van de franchiseformule kan een dergelijk beding begrijpelijk zijn, doch is het ook mededingingsrechtelijk toelaatbaar? De consument is immers verplicht om altijd minimaal de door de franchisegever opgelegde minimumprijs te betalen, hoewel gezonde concurrentie en marktwerking juist met zich meebrengt dat ondernemers elkaar beconcurreren met als gevolg lagere prijzen voor de consument.
Of wat te denken van een beding in de franchiseovereenkomst die verbiedt dat de franchisenemer op eigen gelegenheid een website onderhoudt om zijn diensten en/of producten aan te bieden? Wederom te volgen ten aanzien van de uniformiteit van de franchiseformule, doch strikt gezien wordt een ondernemer wel beknot in zijn mogelijkheden om zijn producten en/of diensten aan te bieden aan de consument.
Het is dan van belang voor franchisegever en franchisenemer om tijdig geïnventariseerd te krijgen op welke punten de franchiseovereenkomst aangepast dient te worden om onprettige verrassingen te voorkomen, zoals een noodgedwongen en ingrijpende wijziging van de manier waarop de formule wordt geëxploiteerd. De franchisenemer is uiteraard ook gebaat bij een franchiseovereenkomst, die hem in staat stelt om zijn rol als ondernemer optimaal te kunnen uitvoeren en hem niet belemmert bij de uitvoering van zijn activiteiten door allerlei restricties op te leggen.
Mocht het tot een conflict tussen franchisegever en –nemer komen vanwege een beding dat mogelijk in strijd is met het mededingingsrecht, dan is het eveneens van belang dat partijen goed beslagen ten ijs komen. Onlangs nog heeft de Hoge Raad immers bepaald dat (artikel 6 van) de Mededingingswet geen recht van openbare orde bevat met als gevolg dat de rechter deze niet ambtshalve behoeft toe te passen. De rechter zal dus in beginsel niet zelfstandig inbreuken op dit punt opsporen, doch partijen zullen zelf een beroep dienen te doen op de nietigheidssanctie.
Kortom, het is van belang voor alle partijen in een franchiserelatie dat het bestaan en nut van het mededingingsrecht volledig wordt erkend en ook onderkend, teneinde onplezierige verrassingen te voorkomen. Deugdelijk advies op dit punt is dan ook onontbeerlijk.
Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten
Overschot in marketingfonds: kan de franchisenemer schadevergoeding eisen?
De Rechtbank Noord-Holland heeft op 23 september 2026 (ECLI:NL: RBNHO:2026:13072) ...
Geen verantwoording over marketingbijdrage: mag de franchisenemer betaling opschorten?
De Rechtbank Amsterdam heeft op 24 augustus 2026 een interessante ...
Cyberbeveiligingswet en franchise: wanneer wordt de franchisegever ICT-dienstverlener?
Sinds 15 augustus 2026 is de Cyberbeveiligingswet van kracht. De ...
Verlieslatende franchisevestiging: stoppen of toch door?
Een franchisevestiging draait financieel slecht. De franchisenemer wil stoppen, ...
Tussentijdse beëindiging franchise: niet alle resterende franchisefees zijn automatisch schade
Wat is de schade van een franchisegever wanneer een franchisenemer ...
Supermarktfranchise in Nederland en België: een verschil in bescherming
Jeroen Sterk schreef in APLSIA Magazine, het Franstalige Belgische vakmagazine ...





