Overeenstemming tussen partijen
Een franchiseovereenkomst komt tot stand door een aanbod van de ene partij (de franchisegever) en de aanvaarding van dat aanbod door de andere partij (de franchisenemer). Er moet, kort gezegd, overeenstemming komen tussen beide partijen waarna de franchiseovereenkomst formeel tot stand komt. In beginsel is de wijze waarop een aanbod en aanvaarding geschieden vormvrij. Regelmatig komt het helaas voor dat de ene partij meende dat er een (mondeling) akkoord was, terwijl de andere partij nog aan het dubben was. “Maar we hadden toch een deal” is dan een veelgehoorde uitspraak. Helaas, een deal is er niet, alleen miscommunicatie tussen partijen.
Zoals hierboven aangegeven, is de wijze waarop een franchiseovereenkomst tot stand komt in beginsel vormvrij. In de rechtspraak is echter veelvuldig uitgemaakt dat het ontbreken van een schriftelijke vastlegging van de afspraken tussen partijen een vingerwijzing is dat van de benodigde overeenstemming tussen partijen geen sprake is. Dit geldt met name in het geval van belangrijke of omvangrijke transacties, zoals bijvoorbeeld in het geval van het sluiten van een franchiseovereenkomst of de koop van een supermarkt, dan wel ongebruikelijke transacties, zoals het schenken van forse geldbedragen. Zo heeft de Nederlandse rechter in 1925 bijvoorbeeld al uitgemaakt dat “iedere mogelijkheid van misverstand tussen de onderhandelaars” moet zijn uitgesloten als er sprake is van het verstrekken van een garantie met een zeer groot financieel belang welke niet schriftelijk is vastgelegd.
Om misverstanden tussen partijen te voorkomen tijdens onderhandelingen over omvangrijke transacties, zoals het sluiten van een franchiseovereenkomst, kan het dus zinvol zijn om op voorhand duidelijke, en bij voorkeur schriftelijke, afspraken met elkaar te maken wanneer er volgens partijen sprake is van overeenstemming. Dit uiteraard om te voorkomen dat partijen ongewild in een situatie van overeenstemming zouden kunnen komen. Zo zou, bijvoorbeeld, kunnen worden afgesproken dat er alleen sprake is van het aanvaarden van het aanbod van de franchisegever als over alle afzonderlijke punten overeenstemming is van de zijde van de franchisenemer. Ook kan er worden afgesproken dat een mondeling akkoord van de franchisenemer niet afdoende is, doch dat de franchiseovereenkomst eerst tot stand komt op het moment dat alle partijen een schriftelijke franchiseovereenkomst daartoe hebben getekend. Op deze wijze dwingen partijen zichzelf om hun gedachten op papier te zetten, kunnen partijen de omvang van hun rechten en verplichtingen beter inschatten en zal de kans op miscommunicatie kunnen worden verkleind.
Mocht het zo zijn dat u geconfronteerd wordt met een partij die meent overeenstemming met u te hebben bereikt, terwijl u van geen kwaad bewust was, dan is het uiteraard zinvol om dat duidelijk en zo spoedig mogelijk aan de andere partij te kennen te geven. Komt u er niet uit met de andere partij, dan is het uiteraard verstandig om juridische hulp te zoeken.
Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten
Overschot in marketingfonds: kan de franchisenemer schadevergoeding eisen?
De Rechtbank Noord-Holland heeft op 23 september 2026 (ECLI:NL: RBNHO:2026:13072) ...
Geen verantwoording over marketingbijdrage: mag de franchisenemer betaling opschorten?
De Rechtbank Amsterdam heeft op 24 augustus 2026 een interessante ...
Cyberbeveiligingswet en franchise: wanneer wordt de franchisegever ICT-dienstverlener?
Sinds 15 augustus 2026 is de Cyberbeveiligingswet van kracht. De ...
Verlieslatende franchisevestiging: stoppen of toch door?
Een franchisevestiging draait financieel slecht. De franchisenemer wil stoppen, ...
Tussentijdse beëindiging franchise: niet alle resterende franchisefees zijn automatisch schade
Wat is de schade van een franchisegever wanneer een franchisenemer ...
Supermarktfranchise in Nederland en België: een verschil in bescherming
Jeroen Sterk schreef in APLSIA Magazine, het Franstalige Belgische vakmagazine ...





