De failliete franchisegever: verrekenen van vorderingen uit hoofde van de franchiseovereenkomst met aan de curator verschuldigde huurpenningen
In deze rubriek is eerder geschreven over “franchisegever in moeilijkheden” en in aansluiting daarop, “Wat te doen als het faillissement een feit is?”. In deze bijdrage wil ik specifieker ingaan op de mogelijkheden van verrekening van vorderingen in faillissement. Meer in het bijzonder, de mogelijkheid van verrekening van vorderingen uit hoofde van de franchise-overeenkomst door de franchisenemer, met hetgeen die franchisenemer aan de curator van een failliete franchisegever verschuldigd is uit hoofde van een tussen die franchisenemer en franchisegever gesloten huurovereenkomst bedrijfsruimte.
De casus: Franchisegever en franchisenemer hebben een franchise-overeenkomst en een huurovereenkomst bedrijfsruimte gesloten. Beide overeenkomsten zijn aan elkaar gekoppeld, of te wel de huurovereenkomst is afhankelijk van de franchise-overeenkomst. De franchisegever is op enig moment in gebreke gebleven terzake de nakoming van zijn uit hoofde van de franchise-overeenkomst voortvloeiende verplichtingen. De franchisenemer lijdt hierdoor schade waarvoor hij de franchisenemer aansprakelijk heeft gesteld. Uiteindelijk wordt de franchisegever in staat van faillissement verklaard. De franchise-overeenkomst is niet automatisch geëindigd door het faillissement. Na datum faillissement wordt de huur en het gebruik van de bedrijfsruimte door de franchisenemer voortgezet. Vanaf datum faillissement, tot aan de datum waarop de huurovereenkomst wordt beëindigd, is de franchisenemer huur aan de curator verschuldigd. De huur is vanaf de datum faillissement en boedelschuld. De curator wil de huurpenningen vanaf datum faillissement innen. De franchisenemer beroept zich op verrekening van zijn vorderingen ( van voor en na datum faillissement) uit hoofde van de franchise-overeenkomst op de failliete franchisegever, met de (aan de curator) verschuldigde huurpenningen.
Op grond van de wet en diverse jurisprudentie brengt dit naar mijn mening in onze casus met zich mee dat het zeer goed verdedigbaar is dat de vorderingen van de franchisenemer, ongeacht of die dateren van vóór of ná datum faillissement, kunnen worden verrekend met aan de gefailleerde en vanaf datum faillissement de curator, verschuldigde huurtermijnen. Daarvoor is echter wel essentieel dat kan worden geoordeeld dat de vorderingsrechten uit hoofde van de franchise-overeenkomst met de huurovereenkomst verband houden. Aangezien in onze casus beide overeenkomsten aan elkaar zijn gekoppeld is daarmee het verband gegeven.
De franchisenemer kan naar mijn mening zijn vordering verrekenen met de huurverplichtingen, omdat er een verband bestaat tussen de franchiseovereenkomst en de huurovereenkomst, welk verband uitdrukkelijk in de overeenkomsten is bevestigd.
Namens de franchisenemer zal ik dan ook de discussie met de curator aangaan en mij namens de franchisenemer op voornoemd standpunt stellen.
Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten
Overschot in marketingfonds: kan de franchisenemer schadevergoeding eisen?
De Rechtbank Noord-Holland heeft op 23 september 2026 (ECLI:NL: RBNHO:2026:13072) ...
Geen verantwoording over marketingbijdrage: mag de franchisenemer betaling opschorten?
De Rechtbank Amsterdam heeft op 24 augustus 2026 een interessante ...
Cyberbeveiligingswet en franchise: wanneer wordt de franchisegever ICT-dienstverlener?
Sinds 15 augustus 2026 is de Cyberbeveiligingswet van kracht. De ...
Verlieslatende franchisevestiging: stoppen of toch door?
Een franchisevestiging draait financieel slecht. De franchisenemer wil stoppen, ...
Tussentijdse beëindiging franchise: niet alle resterende franchisefees zijn automatisch schade
Wat is de schade van een franchisegever wanneer een franchisenemer ...
Supermarktfranchise in Nederland en België: een verschil in bescherming
Jeroen Sterk schreef in APLSIA Magazine, het Franstalige Belgische vakmagazine ...





