Afgebroken onderhandelingen over franchiseovereenkomst
De rechtbank Gelderland oordeelde op 6 mei 2015 (ECLI:NL:RBGEL:2015:4708) over de vraag of een aspirant franchisenemer en een franchisegever zo ver in onderhandeling geraakt waren, dat de franchisegever zich niet meer kon terugtrekken zonder schadeplichtig te zijn.
De aspirant franchisenemer vordert schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad, bestaande uit – vereenvoudigd weergegeven – (i) de kosten die zij in het kader van het onderhandelingstraject heeft moeten maken (het negatief contractsbelang) en (ii) gederfde winst (het positief contractsbelang).
Vaststaat dat partijen onderhandeld hebben over het sluiten van een franchiseovereenkomst. De franchisegever had in een zeer vroeg stadium voorgehouden dat er 9 stappen doorlopen zouden moeten worden om uiteindelijk franchisenemer te worden. Stap 5 wordt gezien als een voorlopige goedkeuring.
De aspirant franchisenemer doorloopt een aantal stappen, waaronder het volgen van trainingen. Stap 5, de voorlopige goedkeuring, wordt uitgesteld. Wel lijkt er sprake te zijn van vervolgstappen, maar deze blijken nadrukkelijk op dringend verzoek van de aspirant franchisenemer gezet te zijn, terwijl van de kant van de franchisegever nooit is aangegeven dat zij in verband hiermee de procedure wijzigde of van plan was te wijzigen of dat anderszins het belang aan de voorlopige goedkeuring (stap 5) kwam te ontvallen.
Een van de vervolgstappen betrof de locatie van de franchisevestiging. De standaard franchiseovereenkomst ging kennelijk uit van een vestiging in Nederland, terwijl de aspirant franchisenemer (ook) een vestingslocatie in Duitsland voorstelde. Het feit dat de franchisegever een standaard franchiseovereenkomst verschaft heeft, maakt nog nog niet dat de franchisegever genegen was afwijkende franchisecontracten te sluiten, wat voor grote franchisegevers als de onderhavige, zoals in de desbetreffende branche even bekend zal zijn als het de rechtbank ambtshalve bekend is, gebruikelijk is.
De aandelen in de franchisegever worden voorts overgenomen door een andere partij. Het nieuwe beleid is dat er geen nieuwe franchisenemers zullen komen. De franchisegever geeft voorts aan niet meer verder te willen onderhandelen met de aspirant franchisenemer.
De rechtbank stelt vast dat de franchisegever op geen enkel moment in redelijkheid de indruk bij de aspirant franchisenemer heeft kunnen wekken dat zij afzag of wilde afzien van de gebruikelijke stappen van het franchiseproces in combinatie met het feit dat feitelijke afwijkingen hiervan. De vordering van het positieve contractsbelang wordt afgewezen.
De rechtbank ziet eveneens geen grond voor vergoeding van het negatieve contractsbelang. Dat er voortgegaan is met de procedure, dat de franchisenemer voorgedragen is om de opleiding te volgen en dat onderzoek is gedaan naar geschikte locaties, is immers allemaal gebeurd, zo blijkt uit de getuigenverklaringen en de overgelegde stukken, omdat de aspirant franchisenemer de procedure wilde verhaasten. Dit leidde mogelijk – de franchisegever betwist dit – tot kosten, terwijl de franchisegever zich in het algemeen passief opstelde.
Bij onderhandelingstrajecten tussen een franchisegever en een aspirant franchisenemer is wederzijdse afstemming en communicatie van groot belang om geschillen te voorkomen. Het communiceren van eventuele voorbehouden dient in een zo vroeg mogelijk stadium te gebeuren en steeds weer herhaald te worden. Daarmee kunnen wederzijdse verwachtingen gemanaged worden en procedures als de onderhavige voorkomen worden.
Mr A.W. Dolphijn – Franchiseadvocaat
Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies. Wilt u reageren? Mail naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Structureel ondeugdelijke omzetprognoses van de franchisegever
De rechtbank Limburg heeft op 15 maart 2017 in acht vergelijkbare vonnissen (waaronder ECLI:NL:RBLIM:2017:2344) de franchiseovereenkomsten van diverse franchisenemers van de P3-franchiseformule
Franchisenemer verplicht meewerken aan formulewijziging?
De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam heeft zich op 24 maart 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:1860, wederom gebogen over de kwestie waarbij Intertoys de winkels van Bart Smit wenst om te bouwen
Leveringsstop van franchisegever niet toegestaan
Op 9 februari 2017 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland, ECLI:NL:RBGEL:2017:1372, geoordeeld dat een franchisegever haar verplichting tot belevering van de franchisenemer niet
Alex Dolphijn in het Financiële Dagblad over het arrest van de Hoge Raad inzake Street-One
Franchisegevers eerder aansprakelijk bij foute prognoses Franchisenemers kunnen hun moederorganisatie voortaan makkelijker aansprakelijk stellen voor ondeugdelijke winst en omzetprognoses.
Supermarktbrief – 17
Hoge Raad: Sneller aansprakelijk bij prognoses
Artikel in Entree: “Kleine lettertjes”
“Als ik zaken doe met een leverancier, lees ik nooit de kleine lettertjes. Laatst viel mij op dat er allerlei dingen in staan waar ik het eigenlijk niet mee eens ben.





