Begroting schade meenemen klantenbestand
Het Gerechtshof te Den Bosch heeft op 17 maart 2015 in een uitspraak (ECLI:NL:GHSHE:2015:935) zich uitgelaten over de vraag hoe de schade berekend diende te worden die een voormalig franchisenemer toegebracht had aan een franchisegever door het klantenbestand van de franchisegever mee te nemen naar de nieuwe onderneming van de voormalige franchisenemer.
Alhoewel uit het vonnis niet duidelijk wordt of partijen beoogd hadden een franchiseovereenkomst te sluiten, is er op zijn minst sprake van een rechtsverhouding die op een franchiseverhouding lijkt.
De franchisegever exploiteerde een fitnessonderneming welke op een gegeven moment voor rekening en risico van een franchisenemer gedreven werd. De franchisenemer huurde de bedrijfsruimte en de inventaris van de franchisegever. De franchisenemer wordt op basis van de overeenkomst de mogelijkheid geboden om het klantenbestand over te nemen.
De franchisenemer heeft de samenwerking opgezegd en geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot overname van het klantenbestand. Daarentegen is de franchisenemer zelf een eigen sportschool begonnen, waarbij hij de klanten van de franchisevestiging benaderd heeft met de mededeling dat de onderneming zou gaan verhuizen en onder een nieuwe naam op een nieuwe locatie zou worden voortgezet. Aldus zouden er 209 leden van de franchiseorganisatie overgestapt zijn naar de onderneming van de voormalig franchisenemer.
De franchisegever heeft de voormalig franchisenemer in rechte betrokken en gevorderd dat de voormalig franchisenemer aansprakelijk is voor de schade, op te maken bij staat. De franchisegever slaagt hierin.
In de onderhavige procedure vordert de franchisegever de omvang van de te vergoeden schade vast te stellen. Het betreft derhalve de schadestaatprocedure. De rechtbank heeft in eerste aanleg geoordeeld dat de omvang van de schade onvoldoende is komen vast te staan en heeft de vordering tot vergoeding van de schade afgewezen. Aan het Gerechtshof ligt het hoger beroep voor tegen dit vonnis.
Het Gerechtshof stelt vast dat de omvang van de schade moet worden bepaald door vergelijking van de toestand zoals die werkelijk is, met de toestand zoals deze (vermoedelijk) zou zijn geweest indien de schadeveroorzakende gebeurtenis niet zou hebben plaatsgevonden. Het Gerechtshof stelt verder vast dat de schade niet begroot kan worden aan de hand van het positieve of negatieve resultaat dat met een sportschool wordt gerealiseerd, omdat dit afhangt van verschillende omstandigheden, waaronder de persoon van de ondernemer en de wijze waarop deze de onderneming drijft. Omdat er ten gevolge van het ontbrekende klantenbestand enerzijds minder huur gevraagd kon worden en anderzijds doordat er een aanlooptijd nodig was voor een hernieuwde opbouw van het klantenbestand, acht het Gerechtshof het redelijk om uit te gaan van een vergoeding ter hoogte van drie maanden huur, alsmede een vergoeding van zes maanden huur voor een halve huurprijs. Per saldo wordt de schade derhalve vastgesteld op een half jaar huur.
Het begroten van een schade ten gevolge van een onrechtmatige daad, bijvoorbeeld het onrechtmatig overhevelen van een klantenbestand, is een lastige aangelegenheid. In sommige gevallen valt dit dan ook aardig tegen.
Mr A.W. Dolphijn – Franchiseadvocaat
Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies. Wilt u reageren? Mail naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Franchisegever verbiedt opening (franchise)onderneming
Een franchisegever vorderde in kort geding om een franchisenemer te verbieden om de onderneming van een franchisenemer te openen.
Column Snackkoerier nr. 8: “Met 7 stappen voldoe je aan de privacywet”
Over de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) is al veel geschreven. De wet is sinds 25 mei van toepassing, maar veel ondernemingen hebben hun privacybeleid nog (lang) niet op orde.
Gedwongen naar een andere franchiseformule op het bestaande vestigingspunt?
Als een franchiseformule ophoudt te bestaan, bijvoorbeeld als deze ingelijfd wordt bij een andere organisatie, dan kan de vraag zijn of de franchisenemer dan ook verplicht is zich te laten inlijven in
Column Franchise+ – 50 procent meer rechtzaken in franchise
Uit de door Ludwig & Van Dam advocaten gepubliceerde Juridische Franchisestatistiek 2018 blijkt dat er toename is van 50% in het aantal uitspraken in rechtszaken dat in 2017 is gedaan ten opzichte van
Het voornemen tot franchisewetgeving nader beschouwd
Op 23 mei jl. informeerde Staatssecretaris, Mona Keijzer, de Tweede Kamer over de op handen zijnde franchisewetgeving. De Nationale Franchise Gids publiceerde daarover al eerder dit bericht.
Consumentenbescherming van toepassing voor franchisenemer
De consument geniet op basis van het Burgerlijk Wetboek een ruime bescherming.




